Vrijzinnig protestant

Het geloof van vrijzinnig protestanten

(bron: www.vpro.nl)

Vrijzinnig-protestanten, waar kwamen ze vandaan, wat waren dat voor lui? De buitenwacht vond hen vaak zweverig, maar ook de eigen achterban raakte soms het spoor bijster. ‘We horen wel over beginselen, maar welke beginselen?’

Verborgen protestanten

Oud-VPRO-bestuurder ds. Heye Faber betitelde de vrijzinnigen in 1986, bij het 60-jarig bestaan van de omroep, als verborgen protestanten. ‘In de provinciesteden ontstond midden negentiende eeuw een bourgeoisie die zich steeds minder thuis ging voelen in de hervormde volkskerk. Het waren mensen, geïnteresseerd in kunst en mystiek, die het christendom cultureel een plaats wilden geven. Ze zagen, anders dan orthodoxe gelovigen, geen tegenstelling tussen christendom en cultuur.’

Een derde stroming naast rechtzinnige protestanten en rooms-katholieken, noemde Faber de vrijzinnigen. ‘Ze baseerden zich onder anderen op Erasmus, en wilden weten hoe de Bijbel was ontstaan en wat de historische waarde was van dat boek.’

Historicus Tom-Eric Krijger, die promotie-onderzoek doet naar het vrijzinnig-protestantisme in Nederland tussen 1870 en 1940, formuleert het aldus: ‘Vrijzinnigen wilden het geloof in de pas laten lopen met de moderne tijd. Christenen zouden zich moeten aanpassen aan wetenschappelijke ontwikkelingen. Dat betekende dat geloofsopvattingen die verstandelijk geen steek hielden of niet voorkwamen uit het persoonlijke gevoelsleven overboord gingen. Jezus als Zoon van God was zo’n dogma dat sneuvelde. Vrijzinnigen benadrukten vooral de menselijke kant van Jezus.’

Uit de verborgenheid

Begin twintigste eeuw traden de vrijzinnigen uit de verborgenheid en richtten eigen organisaties op: de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond, de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale (beide 1915), en de Vrijzinnig Protestantsche Radio-Omroep (1926). En dat terwijl vrijzinnigen juist helemaal niet van eigen zuilen hielden. Krijger: ‘Het ideaal was: elke stroming moet worden gehoord, maar niet apart georganiseerd. Wat de ether betreft geloofden vrijzinnigen in een nationale omroep. Maar goed, aangezien katholieken, orthodoxe protestanten en socialisten zich massaal verenigden in eigen clubs, konden de vrijzinnigen niet achter blijven. Anders plaatsen we ons buiten de maatschappij en worden we gemarginaliseerd, was de gedachte. En dan komt er van die nationale omroep helemaal nooit meer iets terecht.’

Het grappige is dat toen de vrijzinnigen eenmaal een eigen omroep oprichtten er daarbinnen weer een soort sub-verzuiling ontstond. Krijger: ‘Elke groepering kreeg bij de VPRO een eigen stem: remonstranten, doopsgezinden,  vrijzinnig-hervormden en lutheranen. Toch was de VPRO in die dagen het succesvolste vrijzinnige initiatief. Veel andere plannen sneuvelden. Zo is alleen in Den Haag een vrijzinnig christelijk lyceum tot stand gekomen.’

Zuurdesem

De VPRO werd, volgens Krijger, de kurk waar vrijzinnig Nederland op dreef. ‘De massabijeenkomsten en toogdagen van de andere zuilen werden naadloos gekopieerd. Er kwamen brochurereeksen en er verscheen een eigen omroepblad: Vrije Geluiden. Voorzitter Nicolette Bruining wilde in de jaren dertig nog veel verder gaan. Haar droom was zoveel mogelijk vrijzinnige clubs in het VPRO-gebouw te vestigen, zoals de jeugdbewegingen en de Centrale Commissie voor het Vrijzinnig Protestantisme.’

In taakopvatting verschilde de VPRO niet van de andere verzuilde omroepen KRO, NCRV en VARA. De eigen achterban in het geloof versterken was hoofddoel (bij de VPRO gebeurde dat bijvoorbeeld met ochtend-, avondwijdingen, kerkdiensten en het programma  ‘Gesprekken met luisteraars’ van ds. Spelberg, volgens Krijger een voorloper van het latere omroeppastoraat) en daarnaast zoveel mogelijk andersdenkenden bereiken. Of, in VPRO-taal: de vrijzinnige geest als een zuurdesem laten inwerken op de samenleving.

Vrijzinnig protestanten

Vrijzinnige geest

Wat was nu die vrijzinnige geest? Wel, dat is niet eenvoudig onder woorden te brengen. Jan Kassies, die begin jaren zestig als eerste niet-vrijzinnig-protestant werd opgenomen in het VPRO-bestuur, zei bij het 60-jarig bestaan: ‘Je hoorde vaak uitdrukkingen als: ergens meer zicht op krijgen. Maar waarop, dat bleef in het vage. Men was op zoek naar iets, maar wist niet exact waarnaar, en wilde dat eigenlijk ook helemaal niet weten. Het woordje ‘toch’ keerde vaak terug. Dat we in dit tijdsgewricht toch moesten bedenken dat berusting toch, enzovoort. En je had van die typische Spelberg-zinnen: Zouden we niet eens aandacht besteden aan Frank Martin? Het antwoord moest dan luiden: Ik denk dat hij een man is die het bestuderen waard is.’

Natuurlijk overdreef Kassies een beetje, maar in de ogen van Krijger schuilt er in zijn persiflage wel degelijk een kern van waarheid. ‘De verwachting was dat vrijzinnigheid de belangrijkste stroming zou worden binnen het christendom, met geheel eigen vormen en rituelen. Maar die eigen vormen en rituelen kwamen nooit tot stand. Soms greep men daarom terug op orthodoxe beeldspraak, maar dan wel met een andere inhoud. Maar wat die inhoud precies was?  Zelfs de vrijzinnige achterban tastte dikwijls in het duister: wat bedoelen ze nu eigenlijk met Jezus Christus, en: we horen wel over beginselen, maar welke beginselen? Hoofddoel van de VPRO-dominees was met taal godsdienstige gevoelens op te wekken. Dat komt nu veelal zweverig over.’

Middenklasse

Maar er was nog een reden waarom het vrijzinnig-protestantisme altijd een marginale zuil bleef, zeker in vergelijking met de andere. Krijger: ‘Het was en bleef vooral een beweging van de – gegoede – burgerij. De intellectuele en culturele elite raakte vrij snel van de vrijzinnigheid vervreemd, omdat men het knoeien vond met zowel wetenschap als geloof. Multatuli bijvoorbeeld was vrij stevig in zijn afwijzing van vrijzinnigheid. In lagere klassen kreeg het vrijzinnige geloof evenmin een voet aan de grond omdat het geen antwoord gaf op de sociale kwestie. Zo bleef vrijzinnigheid iets van de middenklasse, en daarmee van beperkte maatschappelijke invloed. Als de VPRO vrijzinnig-protestant was gebleven, was er, vermoed ik, niets van overgebleven, omdat het aantal vrijzinnige gelovigen vandaag verder ineen is geschrompeld.

Provoceren is passé

Volgens de huidige VPRO-directeur Lennart van der Meulen is zijn omroep nog steeds vrijzinnig, zij het in maatschappelijke en programmatische zin. ‘Ik herken vooral het eeuwige zoeken, soms inderdaad niet naar iets, maar om het zoeken zelf. Dat is nog steeds een sterke drang bij VPRO-makers. Op zoek naar en vanuit zichzelf, maar wel steeds vaker in een maatschappelijke context. In negen van de tien gevallen levert dat bijzondere programma’s op. Nog altijd zijn we ondogmatisch en niet politiek correct, maar provoceren is passé . Rob Muntz met Hitler-snor in Wenen heeft plaatsgemaakt voor een empathische Ruben Terlou in ‘Langs de oevers van de Yangtze’. Of voor Michael Schaap die in ‘De Hokjesman’ verwonderd en nieuwsgierig hem onbekende werelden betreedt.’

Spelbergs ideaal van een nationale omroep heeft volgens Van der Meulen in deze tijd een heel andere lading gekregen. ‘Wij verzetten ons tegen een nationale omroep als die uit één hand, de NPO, wordt aangestuurd, te dicht tegen de overheid aanzit en een te algemene taakopdracht krijgt. Hou het decentraal met onafhankelijke media-organisaties, die samen de publieke omroep vormen. Inderdaad, zoals het nu is, met als voordeel dat omroepen nu grosso modo geen verlengstuk meer zijn van een zuil, zoals vroeger.  De VPRO is geen onderdeel meer van het vrijzinnig-protestanstisme, maar levert wel vanuit een heel specifieke taakopdracht een belangrijk aandeel in de nationale programmering.’

Compassieprijs 2016

Compassieprijs 2016 voor Heilige Rotterdamse Boontjes

De Nederlandse Compassieprijs 2016 met als thema ‘Een humane economie’ is toegekend aan Heilige Rotterdamse Boontjes.

Kwetsbare jongeren

Dit project biedt kwetsbare Rotterdamse jongeren kansen om werkervaring op te doen als koffiebrander, barrista en distributeur. Zo vergroten zij hun kansen op de arbeidsmarkt en op een nieuwe start in hun leven. Met de heffing op de producten van Heilige Rotterdamse Boontjes Koffie BV. worden opleidingen, trainingen en lesmateriaal gefinancierd. Bovendien kopen ze in bij één koffiehandelaar met één boerderij en dragen zo ook bij aan een beter leven voor de koffieboer en aan zorg voor de natuur.

Betekeniseconomie

De jury is van mening dat Heilige Rotterdamse Boontjes een mooi voorbeeld is van de opkomst van de nieuwe ‘betekeniseconomie’. Geld verdienen met- en vanuit het hart, dat is het thema van de Compassieprijs 2016. Met deze bril op heeft de jury gekeken en geoordeeld dat het ontstaan, de werkwijze en werking van Heilige Boontjes mede is gebaseerd op het feit dat waarde wordt toegevoegd aan de levens van anderen.

Compassieprijs 2016

Heilige Rotterdamse Boontjes verovert haar plek in dit landschap met een goed product dat daadwerkelijk geld oplevert en meteen weer wordt geïnvesteerd in het eigen ideaal: een beter leven voor mensen hier en elders.

Gedachtegoed

De jury heeft bij haar keuze mede laten meewegen of de winnaar anderen kan inspireren en of de werkwijze en het gedachtegoed doorgeefbaar, doorleefbaar en opvolgbaar zijn. Dat geldt voor Heilige Boontjes Rotterdam. Wij wensen Heilige Rotterdamse Boontjes alle goeds toe. Draag deze Compassieprijs met trots en in het hart.

www.heiligerotterdamseboontjes.nl

Nederlands gezin ‘adopteert’ gezin uit AZC

Pappa en mamma zijn. Dan wil je dat je kind gelukkig wordt. Veilig is. Niet bang hoeft te zijn. Vanuit die gedachte legde het gezin van Annechien contact met een gezin uit een asielzoekerscentrum. In zes ontmoetingen leerden zij elkaar kennen: ontmoetingen waarin angsten worden overwonnen, weer gelachen wordt en over werk en ambitie gepraat mag worden. Waar kinderen genieten van een dagje uit met ontspannen ouders.

Het begon zes jaar geleden allemaal met de komst van een nieuwe dorpsgenoot’, zegt Annechien. ‘Ik kwam Fleur tegen op het schoolplein. Zij vertelde me over de stichting De Vrolijkheid, die activiteiten organiseert voor kinderen van asielzoekers. In die tijd stelde De Vrolijkheid juist wat geld beschikbaar voor een pilot, waarbij Nederlandse gezinnen iets zouden aangaan met vluchtelinggezinnen.’

Langs de deuren

‘Op de een of andere manier paste dat precies. Wij gaven wel geld aan een kindje in Afrika, waar we ook mee schreven, maar ik had al een paar keer gedacht: ik zou wel wat meer willen doen. Dus dit kwam perfect uit.

Fleur stelde voor om samen iets op te zetten. Het was allemaal nieuw en we wisten ook niet precies hoe we het moesten aanpakken, dus we besloten maar gewoon in het asielzoekerscentrum langs de deuren te gaan.  Niet ieder gezin kwam in aanmerking. We wilden graag rechtstreeks, zonder tolk, met elkaar kunnen praten, dus iemand in het gezin moest wel Engels of Frans spreken.

Na een heleboel kopjes thee, veel zoetigheid en nog een paar keer teruggaan, hadden we zes gezinnen. Daar hebben we in ons eigen netwerk vier gezinnen bij gezocht, die een beetje matchten op hobby’s, leeftijd van de kinderen of werk. Wij zelf legden contact met een heel leuk gezin uit Irak: Nabeel, Rascha, Mohammed en Mahmoud. Nabeel was bakker geweest, Rasha en ik houden allebei van koken en de jongens van voetbal.’

Ontzettend welkom

‘Fleur en ik hadden een jaarprogramma bedacht met in ieder geval zes contactmomenten. We zouden een keer met z’n allen bij elkaar komen en daarna zouden de gezinnen elkaar een keer uitnodigen. Dan was er weer een gezamenlijke bijeenkomst, waarna het Nederlandse gezin een uitje zou organiseren. En na een afsluitende bijeenkomst  zouden wij het dan loslaten en de gezinnen op eigen kracht verder gaan.

Het liep boven verwachting goed. Waar het klikte tussen de gezinnen, ontstonden er zulke mooie dingen. We ontdekten dat we nauwelijks iets over vluchtelingen wisten. Het was voor onze kinderen heel bijzonder om op bezoek te gaan in een asielzoekerscentrum. Om te merken dat er scheuren in de bank zitten en dat het er niet zo fris ruikt, maar dat de tafel wel vol met lekker eten staat en je ontzettend welkom bent.

Omgekeerd vroeg Rasha, toen ze bij ons op bezoek waren: mag ik eens in jouw keukenkastjes kijken? Wat eten jullie en welke kruiden gebruiken jullie?  En hoe doen jullie dat eigenlijk met de opvoeding? Slaan jullie de kinderen? Dus het ging al heel snel over van alles en nog wat. Het was voor Rasha en Nabeel vooral fijn om contact te hebben met ‘gewone’ mensen. Ze zien vaak alleen hulpverleners.’

Creatief

‘Ze hebben we hele dag niets te doen, dus ze wilden heel graag iets ondernemen. En het was voor ons heel leuk om daarin mee te denken. Zo heb ik ervoor gezorgd dat Nabeel een dag kon meelopen met een bakker hier in de buurt. Rasha is heel creatief en wilde daar iets mee, maar wist niet goed wat. Samen hebben we een tocht gemaakt langs allerlei creatieve winkeltjes en ateliertjes in Alkmaar. Ik wilde haar laten zien wat er kan en ook dat de Nederlandse smaak niet helemaal matcht met de Irakese. Met hulp van De Vrolijkheid heeft ze daarna in de vrouwenruimte van het azc een cursus kleding maken opgezet.

Soms vroegen we: waar hebben jullie zin in? De jongens zijn heel sportief, dus we hebben ze een paar keer meegenomen naar een sportactiviteit en zijn een dag met ze gaan varen. Zij zijn een keer mee geweest naar een Kerstviering en wij hebben een dag met de Ramadan meegedaan. In die tijd trekken ze heel erg naar elkaar toe en doen ze veel spelletjes. De jongens leerden die spelletjes aan onze kinderen en schreven hun namen in het Arabisch en zo. Dat was heel gezellig.
Een keer brachten ze foto’s mee en toen hebben we allemaal zitten huilen om wat zijn kwijtgeraakt. Bijvoorbeeld toen we de foto’s zagen van het voetbalteam van die jongens: helemaal uit elkaar gevallen.’

Ook de kinderen werden door de ontmoetingen en de verhalen geraakt. ‘Ik vind het heel moeilijk en ook heel erg om me voor te stellen dat zij gevlucht zijn uit hun leven en dat ze alles hebben moeten achterlaten’, zegt Tobias (12).  En Karlijn (14) herinnert zich het eerste bezoek aan het asielzoekerscentrum nog precies. ‘Het was heel bijzonder om te zien hoe ze in het asielzoekerscentrum woonden.  Ze zaten met twee gezinnen in een ruimte. En ze hadden eigenlijk helemaal niks.’

Annechien

Groeien

‘Omdat het zo goed ging, wilden we graag dat het ging groeien’, zegt Annechien. ‘Dus het jaar daarop hebben we in het azc en in ons eigen netwerk zes nieuwe gezinnen gezocht. Bij de eerste bijeenkomst nodigden we de gezinnen van het eerste jaar uit. Nabeel en Rasha kregen na drie jaar een status, maar zijn bij de groep gebleven en hebben geholpen om de volgende stappen te zetten. Ook Karlijn en Tobias helpen altijd mee bij de ontmoetingen van de nieuwe gezinnen. Dan doen ze iets met de kinderen of geven ze een workshop. Daar zijn ze alle twee trots op en ze leren er veel van. Zij zullen niet zomaar een groep veroordelen. Want ze weten dat het gaat om mensen en kinderen die hun eigen leven zijn kwijtgeraakt.

Er zijn een paar gezinnen afgevallen. Soms ging een gezin naar een uitzetcentrum of werd het daadwerkelijk uitgezet. Maar met de gezinnen die zijn gebleven is er nog steeds contact. In het ene geval wat intensiever dan in het andere.
Juist in de tijd nadat een gezin een status krijgt, is er veel hulp nodig. Dan is het fijn als je een wasmachine kunt regelen, of  kunt helpen schilderen en verhuizen. Je kunt bijvoorbeeld ook meedenken over een goede school, of mee gaan naar school als er problemen zijn. Soms kun je een van de kinderen een weekendje in huis nemen – dan zijn ze even uit het azc. Soms helpen we met het tekenen van papieren. En sommige gezinnen vieren de verjaardagen samen.’

Volendam

‘Wij vonden het belangrijk om vooral leuke dingen met elkaar te doen. Echt pappa’s en mamma’s te zijn. Daarom hebben we ons niet bemoeid met de juridische zaken die natuurlijk ook spelen. Op een gegeven moment zei mijn vader dat hij ook wel wat wilde doen. Hij heeft de juridische kant opgepakt.
Bij de naturalisatieceremonie vorig jaar waren we er allemaal bij. Mijn vader had een boek voor ze gekocht met foto’s van Nederland en zei: bekijk het goed en kies de plaats die jullie het leukste lijkt. Dan ga ik daar samen met jullie naar toe. Tot ons plezier kozen ze voor Volendam en Marken.

Het gaat ze goed. Nabeel is begeleider van een grote bakkerij die arabische broodjes maakt. Rasha doet een vervolg cursus Nederlands en maakt in opdracht de meest prachtigste taarten. Mohammed studeert bouwkunde en Mahmoud doet dit jaar examen op het vmbo en gaat straks op het mbo een economische richting op.  Beide jongens zijn heel erg gemotiveerd om hier een goede toekomst op te bouwen.

Allemaal trots

Ik zou willen dat ieder Nederlands gezin contact legt met één vluchteling gezin. Dan kunnen we zulke mooie dingen gebeuren. Afgelopen zaterdag zijn we er weer geweest, samen met m’n vader en zijn vriendin. We hebben ontzettend gezellig en lekker gegeten: Rasha heeft bijna twee dagen in de keuken gestaan om een feestelijke Irakese maaltijd voor ons te bereiden. Ze had voor de feestelijkheid ook een traditioneel Iraaks gewaad aangedaan – dat had ik nog nooit gezien.
We hebben heel gezellig gepraat: over hoe het met hen gaat, met ons gaat, over de politiek, over het kinderpardon. Op een gelijkwaardige manier en in een vriendschappelijke sfeer. En grotendeels al in het Nederlands.
Na zo’n avond zijn we allemaal heel trots en blij dat we deze vriendschap hebben gevonden. We weten dat we er voor elkaar zijn. Als we elkaar nodig hebben, weten we elkaar te vinden.’

Bron: www.zininopvoeding.nl

Christenvervolging

Nederland weet weinig van christenvervolging

Slechts 26 procent van de Nederlanders weet dat er een grote christenvervolging plaatsvindt in Syrië en Irak. Van de kerkelijk betrokken christenen in Nederland ligt dat percentage twee keer zo hoog. Kerkelijk betrokken mensen voelen zich dan ook sterker geraakt door de dalende populatie van christenen in veel landen in het Midden-Oosten. Leden van Oosterse en Oriëntaalse kerken (orthodoxen) kennen in dezen de meeste compassie.

Die indicatie komt naar voren uit een peiling die in opdracht van de campagnedeelnemers is uitgevoerd door de Protestantse Kerk in Nederland, ten dienste van de campagne ‘Hoop voor de kerk in Syrië en Irak’. 2370 mensen hebben meegedaan met de peiling die in de maanden februari en maart van dit jaar plaatsvond.

Compassie

Ruim 90 procent van de orthodoxen voelt zich persoonlijk betrokken bij de dalende populatie. Onder andere christenen ligt dat aantal op ongeveer 60 procent. Van de Nederlanders in het algemeen kent zo’n 50 procent compassie. De bekendheid met de christenvervolging is over de hele linie nog beperkt. ‘Men is blijkbaar geneigd om de problematiek te onderschatten’, aldus Klaas van der Kamp, algemeen secretaris van de Raad van Kerken. ‘Als mensen echt kennis nemen van de verschrikkingen die juist christenen en andere religieuze minderheden raakt, zullen ze ongetwijfeld ook meer compassie voelen en bereid zijn bijdragen te leveren om de nood ter plekke te lenigen’.

Christenvervolging

Blijvende aanwezigheid

De campagne ‘Hoop voor de kerk in Syrië en Irak’ zet zich in voor een blijvende aanwezigheid van de kerken in het betrokken gebied. Vele christenen en andere minderheden zijn op de vlucht geslagen uit angst voor het oorlogsgeweld. Ongeveer 75 procent van de christenen steunt het doel dat er een duurzaam toekomstperspectief moet zijn voor de christenen in Syrië en Irak. De Nederlander in het algemeen is terughoudender, ongeveer 39 procent stemt in met deze stelling.

Opvallend is ook dat protestanten de impact van de komst van vluchtelingen naar Nederland opvallend positiever inschatten dan anderen. Nogal wat christenen verbonden met een kerk zien nieuwe mogelijkheden voor de economie en voor culturele ontwikkelingen.

Campagne

Miljoenen mensen zijn gevlucht. Christenen en andere minderheden worden in hun voortbestaan bedreigd. Daarom organiseren kerken en christelijke organisaties van 1 februari tot 1 juni de campagne ‘Hoop voor kerk in Syrië en Irak’. Deze campagne vraagt aandacht voor de rampzalige situatie in Syrië en Irak, in het bijzonder die van christenen en ook die van andere minderheden. Aan de door de Raad van Kerken en MissieNederland geïnitieerde campagne nemen de volgende organisatie deel: Bisschoppelijke Vastenaktie,  Instituut voor Oosters Christendom, Katholieke Vereniging voor Oecumene, Kerk in Actie, Open Doors, Samen Kerk in Nederland.

Bron: www.raadvankerken.nl

 

Lezing Laurens ten Kate

Oratie Laurens ten Kate: De vreemde vrijheid

In vergelijking met de jaren vijftig van de twintigste eeuw is een groot deel van de Europeanen vrijer dan ooit, en glimlachen we om de bekrompenheid van toen. Maar: volstaat de vrijheid die het einde van de ideologieën van toen ons heeft gebracht? Is er niet dringend behoefte aan een andere vrijheid?

De vreemde vrijheid

Deze vragen stelde prof. dr. Laurens ten Kate in zijn oratie ‘De vreemde vrijheid’, gehouden op 11 mei 2016. Ten Kate is bijzonder hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en Humanisme aan de Universiteit voor Humanistiek, voorgedragen door de Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtegoed.

oratie Laurens ten Kate

Laurens ten Kate

Laurens ten Kate (1958) is filosoof en theoloog. Sinds 2002 is hij verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek als universitair hoofddocent filosofie en religiestudies, en sinds 2015 tevens als bijzonder hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en humanisme. Hij is internationaal deskundige in onderzoek naar het grensgebied tussen religie, secularisering en humanisme.

Vrijzinnige religiositeit en humanisme

De leerstoel Vrijzinnige religiositeit en humanisme is gevestigd door Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtegoed. De stichting is een gezamenlijk initiatief van Vrijzinnigen Nederland, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit en de Remonstrantse Broederschap. Ze wil het vrijzinnig denken en handelen in de Nederlandse samenleving bevorderen.

De vreemde vrijheid wordt uitgegeven als essay door Uitgeverij Sjibbolet, en is vanaf 12 mei verkrijgbaar in de boekhandel.

Bron: www.uvh.nl

Rood maar met mate

Boekpresentatie Rood maar met mate

Zondag 1 mei werd in Jorwerd het nieuwe boek van Derk Jansen gepresenteerd, Rood maar met mate.

Een biografie van ds. A.H. van der Hoeve (1870-1943), een van de ‘rode’ dominees uit het begin van de twintigste eeuw. Maar hij was ook secretaris propagandist van Vrijzinnigen Nederland, toen Nederlandse Protestantenbond.

Het christensocialisme is aan het begin van de twintigste eeuw een internationale beweging, waarvan de aanhangers op grond van hun geloof voor het socialisme kiezen. Die aanhangers zijn vooral predikanten die zich vooral in Friesland verzamelden rondom het weekblad De Blijde Wereld (1902-1932).

Van der Hoeve treedt toe tot de redactie. Zijn bijdragen van de voormalige schoolmeester gaan vaak over onderwijskundige zaken of hebben  een didactisch element. Van der Hoeves capaciteiten en ambities stijgen boven het domineesambt uit. Hij wordt uiteindelijk inspecteur van het onderwijs!

Rood met mate boek

In Rood maar met mate wordt Van der Hoeves leven gevolgd en zijn denkbeelden beschreven, denkbeelden die nog maar weinig van hun actualiteit hebben verloren.

Namens Vrijzinnigen Nederland nam Elsbeth Goettsch het eerste exemplaar in ontvangst.

Informatie

ISBN 9789023255024
Uitgeverij Van Gorcum
€ 19,95

Oratie Laurens ten Kate

Oratie Laurens ten Kate: Is er niet dringend behoefte aan nieuwe betekenis van vrijheid?

In vergelijking met de jaren vijftig van de twintigste eeuw is een groot deel van de Europeanen vrijer dan ooit, en glimlachen we om de bekrompenheid van toen. Maar: volstaat de vrijheid die het einde van de ideologieën van toen ons heeft gebracht? Is er niet dringend behoefte aan een andere vrijheid? Deze vragen stelt prof.dr. Laurens ten Kate 11 mei aan de orde in zijn oratie De vreemde vrijheid, Nieuwe betekenissen van vrijzinnigheid en humanisme in de 21ste eeuw. Ten Kate is bijzonder hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en Humanisme aan de Universiteit voor Humanistiek, voorgedragen door de Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtegoed.

Laurens ten Kate

Laurens ten Kate (1958) is filosoof en theoloog. Sinds 2002 is hij verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek als universitair hoofddocent filosofie en religiestudies, en sinds 2015 tevens als bijzonder hoogleraar Vrijzinnige religiositeit en humanisme. Hij is internationaal deskundige in onderzoek naar het grensgebied tussen religie, secularisering en humanisme.

Leerstoel Vrijzinnige religiositeit en humanisme

De leerstoel Vrijzinnige religiositeit en humanisme is gevestigd door Stichting Stimulering Vrijzinnig Gedachtegoed, een gezamenlijk initiatief van Vrijzinnigen Nederland, de Algemene Doopsgezinde Sociëteit en de Remonstrantse Broederschap. Ze wil het vrijzinnig denken en handelen in de Nederlandse samenleving bevorderen.

Tijd en locatie

De oratie heeft plaats op woensdag 11 mei plaats in het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht, Domplein 29, om 16.15 uur precies.

Vrijzinnigen Wies Houweling

‘Traditioneel lidmaatschap past niet meer bij deze tijd’

Het gaat slecht met de kerken in Nederland. Zo bleek uit het onlangs verschenen rapport God in Nederland. Ledenaantallen nemen steeds verder af en mensen die wel lid zijn zijn vaak minder betrokken. De komende weken gaat Volzin in gesprek met voorgangers uit deze kerken. Hoe zien zij de toekomst? En valt het tij nog te keren?

Deze week deel 3: Wies Houweling, secretaris van de Vrijzinnigen Nederland

Lopen de ledenaantallen van de Vrijzinnigen terug?

“Een traditioneel lidmaatschap is een bezwaar voor mensen, dat past niet meer bij deze tijd. Onze vereniging is in 1870 opgericht als een netwerk om mensen te verbinden. Men kon toen lid worden want dat hoorde bij de wereld van toen. Nu kunnen mensen vriend worden van de Vrijzinnigen. Mijn kritiek op het rapport God in Nederland is dat men op een oude manier een oud instituut heeft onderzocht en zo tot de conclusie is gekomen dat de kerk terugloopt. Maar dat is dezelfde redenering als: Nederlanders worden geen lid meer van sportscholen dus men doet niet meer aan sport. Terwijl als je op straat rondkijkt er veel mensen aan het hardlopen zijn. Religie is niet dood, het heeft zich alleen ver geplaatst van de traditionele instituten.”

Het geloof in een persoonlijke God neemt af. Geldt dat ook voor de Vrijzinnigen?

“Vrijzinnigen zijn een beetje verlegen met het begrip God. We houden er niet van als dat te strak wordt ingevuld. We zijn wel uit het protestantste gedachtegoed ontstaan maar tegenwoordig zijn we veel breder. We zijn bijvoorbeeld sinds kort verbonden met de Universiteit voor Humanistiek. Waar het bij ons om gaat is dat mensen met elkaar op een spirituele zoektocht gaan en ervaringen daarin met elkaar delen. De een haalt dingen uit het christelijk geloof, maar dat kan ook uit het boeddhisme of het soefisme zijn. Soms noemen we iets wel ‘God’. Maar een persoonlijke God kennen we niet, dus het geloof daarin kan ook niet afnemen. Misschien dat het eerder zou kunnen toenemen.”

Hoe kan de kerk relevant zijn voor mensen van nu?

“Bij ons komen mensen die zoeken naar spirituele groei. Dit zoeken gebeurt in gemeenschappen, groepen met ouders en jonge kinderen, maar ook kleine groepen met alleen oudere mensen. Deze groepen zijn zeer relevant, dat horen we ook terug van mensen zelf. Men geeft om elkaar en komt samen om bij elkaar te schuilen en te zoeken. Juist omdat de samenleving steeds individueler wordt, vind ik zulke netwerken verschrikkelijk belangrijk.”

Werven de Vrijzinnigen actief leden?

“De vereniging bestaat uit 45 afdelingen verspreid over het hele land. Die organiseren zelf allerlei activiteiten waar mensen op af komen. Dat kan van alles zijn: een lezing maar een afdeling werkt bijvoorbeeld ook samen met een yogaschool. Wij willen van niemand leden afpakken. Daarom kunnen mensen lid zijn van een bepaalde kerk en tegelijkertijd vriend zijn van ons. Het lastige van vrijzinnigheid is dat we geen duidelijke dogma’s hebben. Als ik a zeg dan zegt de rest niet b, maar dan hoor ik het hele alfabet. We willen ons meer uitspreken in discussies op landelijk niveau, maar het is ingewikkeld om namens een groep mensen te spreken die allemaal verschillende gedachten hebben. We hebben nu zeven mensen uitgekozen die dat voor ons gaan doen. Ik vind dat ook belangrijk, vrijzinnigen mogen meer het achterste van hun tong laten zien in plaats van zwijgend af te wachten.”

Ziet u in de toekomst een plek voor de Vrijzinnigen in de samenleving?

“Het gedachtegoed en vermogen om mensen te blijven verbinden blijft. Maar ga geen leden tellen. Kijk in plaats daarvan naar de invloed op het gebied van inspireren, troosten en het verbinden van mensen. Er gaan ook dingen veranderen. Dat is waarom ik zo blij ben dat wij een vereniging zijn en geen kerk: verandering is bij ons niet beladen zoals dat vaak bij een kerk wel het geval is. Dit is een overgangstijd, dus in welke vorm we verder gaan weet ik niet. Van oudsher zijn wij vluchtheuvels in orthodox traditionele plekken. Daar blijven we doen wat we altijd deden: mensen met elkaar verbinden.”

Wies Houweling is sinds 2008 algemeen secretaris van de Vrijzinnigen Nederland. Ze studeerde theologie en heeft twintig jaar als predikant van de PKN gewerkt.

Tekst: Hannah van Moolenbroek
Bron: www.volzin.nu

 

Tom Mikkers Remonstranten

Tom Mikkers vertrekt bij Remonstranten

Algemeen secretaris van de Remonstranten Tom Mikkers beëindigt deze zomer zijn werkzaamheden. Sinds 1 maart 2008 bekleedde hij deze functie. Het vertrek van Tom Mikkers valt samen met het einde van de periode die het beleidsplan omvatte waarin de Remonstranten inzetten op ledenwerving en groei. Dankzij dit plan en de campagne ‘Geloof begint bij jou’ is de krimp van het kerkgenootschap tot stilstand gebracht. De remonstranten hebben op dit moment ruim 5000 leden en vrienden verdeeld over zo’n veertig gemeenten. Voor Tom Mikkers was de afronding van dit plan het moment om zijn vertrek in gang te zetten. Hij zegt hierover:

“Toen ik in 2008 aan de baan begon had ik een termijn van vijf jaar voor ogen. Inmiddels doe ik dit werk meer dan acht jaar. Ik ben naar dit moment toegegroeid. Het laatste jaar merkte ik dat ik mij geen voorstelling kon maken van datgene wat ik nog in deze rol op me zou kunnen nemen. Dat wat ik te geven heb, heb ik gegeven. Dat wat ik kon doen, heb ik gedaan. En langer blijven zou een herhaling van zetten gaan worden.”

Tijdens de Algemene Vergadering van Bestuur op 4 juni aanstaande in Utrecht zal er officieel afscheid worden genomen van Tom Mikkers als algemeen secretaris van de Remonstranten.

Bron: www.remonstranten.nl

Vrijzinnige fondsen

Vier vrijzinnige fondsen verder in één nieuwe stichting

Onlangs is opgericht de stichting De Vrijzinnige Fondsen. Deze nieuwe stichting is ontstaan uit een fusie van vier bestaande stichtingen: het Nicolette Bruining Fonds, het Fonds Iets voor Niets, het VCJC-Fonds en het Spelberg-Stokmans Fonds.

Deze vier fondsen werkten al nauw samen. Deze samenwerking krijgt nu ook financieel en juridisch een vaste vorm. Daardoor is een meer slagvaardige, meer efficiënte en vooral meer eigentijdse organisatie ontstaan. Een organisatie die nog beter dan voorheen in staat is om projecten, activiteiten, initiatieven en publicaties die een relatie hebben met de vrijzinnige protestantse traditie te ondersteunen.

Aanvragen tot ondersteuning worden beoordeeld door het bestuur van de stichting. Dit bestuur staat onder toezicht van een nieuw ingestelde Raad van Toezicht. Bij het beoordelen van aanvragen hanteert het bestuur een aantal criteria. Deze criteria en alle overige informatie over de stichting treft u aan op de website www.devrijzinnigefondsen.nl.

Vrijzinnige fondsen

Waarom een fusie?

De vier met de fusie opgeheven stichtingen kennen een rijke historie. Zo zijn de stichtingen het Nicolette Bruining Fonds en het Spelberg-Stokmans Fonds respectievelijk in 1956 en 1964 opgericht als laatste wil en met een aanzienlijk legaat van de naamgevers. Het Fonds Iets voor Niets is ooit ontstaan als donateursfonds en heeft zich met name gericht op jongeren tot 30 jaar. Het VCJC Fonds tenslotte is opgericht nadat de laatste activiteit van de VCJC ophield te bestaan. Behoudens kleine accentverschillen kwamen de doelstellingen van deze stichtingen volledig overeen. Daarnaast waren de fondsen financieel vergaand geïntegreerd: zo werden deze vier stichtingen door dezelfde personen bestuurd en werd het vermogen van de fondsen gecombineerd beheerd.

De fusie van de vier stichtingen geeft aan de gegroeide werkwijze vaste vorm en transparantie. Het bestuur verwacht door de fusie slagvaardiger en efficiënter te kunnen werken. De doelstelling van de stichting ‘De Vrijzinnige Fondsen’ sluit aan op de doelstellingen van de oude vier stichtingen: het verlenen van financiële ondersteuning aan sociale, culturele en religieuze projecten, activiteiten en/of initiatieven die een relatie hebben met de vrijzinnige protestante traditie, alsmede aan vrijzinnige protestantse instellingen en/of verenigingen of hun (rechts)opvolgers. Daarnaast ondersteunt de nieuwe stichting specifiek activiteiten die het verleden van de VCJC in stand houden.

Het is altijd mogelijk om de activiteiten van de stichting te ondersteunen met een legaat of een gift. Voor meer informatie over de stichting of het opnemen van contact kunt u terecht op de website www.devrijzinnigefondsen.nl.

Bestuur

Het bestuur van de Stichting de Vrijzinnige Fondsen wordt gevormd door:  mevr. drs A. Hamburger voorzitter, mevr. mr.J.G. Bilijam secretaris, dhr. drs. H.W. Slis penningmeester, dhr. mr. R.M. Hensen en dhr. mr. W.J.V. Spek.

Bron: de Vrijzinnige Fondsen