Wind

Tegenwind
Kort geleden moest ik er op uit om schoensmeer te kopen. Wat is daar nu aan? zegt u. Dat zal ik uitleggen. Sinds een enkel jaar ken ik het bestaan van een ouderwetse schoenmaker. Niet alleen dat hij keurig schoenen repareert, hij heeft in zijn winkel zo ongeveer het hele spectrum aan kleuren schoensmeer. Dus ging ik op een mooie lentedag met drie schoenen in mijn fietstas op weg. De schoenmaker heeft zijn winkel een paar dorpen verderop dus dat beloofde een fraai tochtje. De belofte kwam uit, de natuur straalde van levenslust. Heen ging alles letterlijk voor de wind maar op de terugweg had ik wind tegen. Daardoor deed ik wat langer over de terugweg.

Gevoel
Wind is iets merkwaardigs. Je ziet er de uitwerking van. Water gaat golven, wuivend riet, bomen die meebewegen, bladeren die een ritselend geluid maken, allemaal dingen waarvan je geleerd hebt dat ze een indicatie vormen over de kracht van de wind. Toch zie je de wind niet, maar je voelt hem. Iets wat we ons nauwelijks meer realiseren is dat voor de beleving van de natuur je gevoel ook een woordje meespreekt. Terwijl ons spraakgebruik doorspekt is met wind. We willen uitwaaien als we het te druk hebben gehad, we hebben het windje mee als het goed gaat met onze carrière, we nemen iemand de wind uit de zeilen of we geven fors tegenwind. Maar we zijn haast vergeten wat eigenlijk wind voor ons betekent, namelijk een gevoel.

Ruimte geven aan gevoel
Onder jonge mensen is er een verontrustende toename van burn-out. Over de oorzaak bestaat vooralsnog geen eenstemmigheid. Is het het drukke studie programma, is het de thuissituatie, of is het de gevoelde noodzaak in alles te moeten excelleren?  Deskundigen bevelen verder onderzoek aan. Eigenlijk volkomen tegenstrijdig is in deze tijd de mening dat slechts je gevoel ertoe doet. Dat zeggen we ook: ‘ik heb er geen goed gevoel bij.’ Maar ons gevoel gebruiken, dat is andere koek. Eens genieten van de wind door je haren als je langs het strand loopt, gewoon zeilen op een van onze mooie meren zonder er direct weer een wedstrijd van te maken die gewonnen moet worden, dat is je gevoel de ruimte geven. Niet alleen op je huid, maar ook in je brein.

Zingeving
Het is haast verdrietig te zien hoe weinig aandacht het echte gevoel in deze tijd nog krijgt. Terwijl het juist de echte zingeving in het leven betekent als je je realiseert dat je wind nog kan voelen. Misschien moet je dus je kop in de wind gooien om in harmonie met de natuur te komen.

Wouter Blokhuis

Meer blogs ..

Turkse tortelduiven

Een bekende verschijning in onze tuin is een stelletje tortelduiven. Altijd samen komen ze kijken of er iets te halen valt. Omdat het Turkse tortels zijn hebben wij ze de familienaam Erdogan gegeven. ‘De Erdogannen zijn er weer’ betekent dat de tortels in de tuin rondscharrelen. Door hun zwarte band om de hals doen zij mij altijd even aan mijn grootmoeder denken die ook vaak een zwarte band om haar hals droeg, meestal met een sieraad eraan. Hun gedrag staat model voor de aanduiding van jong geliefden als tortelduifjes. Hand in hand elkaar verliefde blikken toewerpend, alleen oog voor elkaar. Hoewel, jong geliefden is misschien niet het goede woord meer, ook ouderen die hun liefde voor elkaar willen demonstreren, kunnen er ook wat van. Tenslotte is dit de tijd waarin mensen alles willen delen, Facebook en gedrag, het moet allemaal kunnen.

Sinds een paar dagen is er echter iets mis met de Erdogannen. Voortdurend komt er maar één tortel in de tuin. En deze tortel vertoont een totaal ander gedrag dan dat we van het stelletje gewend waren. Deze ene tortel scharrelt langs huis, vliegt vlak langs de ramen en gaat op een tafeltje zitten dat vlak bij een raam staat om speurend naar binnen te kijken. Wij interpreteren dat gedrag als zoekend en vrezen daarom dat deze tortel zijn partner heeft verloren, wetend dat er in de buurt agressief jagende katten zijn.

Veertig jaar geleden werd er aan je verstand getwijfeld als je menselijke emoties projecteerde in diergedrag en gelukkig is die twijfel sterk afgenomen. Zodoende komt bij mij de gedachte op dat als bij deze tortelduif het verlies van een partner al zo’n duidelijk ontreddering geeft, hoe ingrijpend is dat niet bij de mens die zijn partner verliest. Vaak merk je dat de mening heeft postgevat dat je daar na een halfjaar wel overheen moet zijn, met andere woorden: niet meer over zeuren.

Dat is een slecht soort levensbeschouwing. Een rouwproces verloopt voor iedereen anders, ook al zijn er diverse stadia bij elk rouwproces te onderkennen. Maar de vrouw die zegt dat zij het verlies van haar man elk jaar méér voelt verdient net zoveel respect en mededogen als de vrouw die na een halfjaar weer fluitend door het dorp fietst. Zij lijkt zich in de nieuwe situatie te hebben teruggevonden, alleen kan niemand in haar hart kijken hoe groot de verwonding is die het leven bij haar heeft aangericht.

Misschien zit vrouw Erdogan gewoon te broeden. Ik hoop het maar, dan is vader gewoon een bezorgde kraamheer en komt alles weer goed.

Wouter Blokhuis

Meer blogs

Vrij, maar kwetsbaar

Soms heb ik het gevoel dat ik onzichtbaar ben. Op drukke plaatsen, zoals het station of een stoep in het centrum proberen mensen gewoon door je heen te lopen. Om te voorkomen dat ik bots met medeburgers slalom ik tussen menigten en mensen. Bijna niemand gaat opzij, toeristen zijn de druk, jongeren te haastig en ouderen duwen zich voort achter hun rollator. Afgelopen zaterdag deed ik boodschappen en met twee zware tassen liep ik terug naar huis. Slalommen gaat niet zo eenvoudig met twee grote tassen. Ik besloot mij breed te maken en niet opzij te gaan, op de korte route in het drukste gedeelte, tussen mijn huis en de supermarkt, niet voor toeristen, niet voor kinderwagens en rollators en ook niet voor een groep dollende jongeren. Ik maakte mijzelf mentaal breed, duidelijk aanwezig en onverzettelijk. Het lukte, ze liepen om me heen, niemand raakte me zelfs. Blijkbaar is het een truc, jezelf zichtbaar maken en uitstralen dat je niet opzij gaat. Het gebeurt dan ook, anderen gaan voor jou opzij. Het geeft wel een machtig gevoel van vrijheid.

Het is heel leerzaam te ervaren dat dit werkt, maar zo ga ik toch niet de rest van mijn leven over straat? Zo ga ik niet met mensen om, door vooraf te bedenken niet opzij te hoeven stappen voor andere mensen.  Zouden veel mensen onbewust deze houding aan nemen op straat en zo inbreken op de vrijheid van anderen? Maken mensen gebruik van de  kwetsbaarheid van anderen in het verkeer?  Hoe kwetsbaar durf ik te zijn in de openbare ruimte? Ben ik een loser als mensen alsmaar tegen mij oplopen?  En hoe zal dat gaan als ik ouder en kwetsbaarder wordt?

Ik houd van de openbare ruimte, ik houd van de stad. Ik ben van het beleefd groeten van mensen en goedemorgen zeggen in de trein of de bus, als ik naast iemand ga zitten. Als iemand niets terug zegt, vind ik dat ook een beetje vreemd. Maar elke morgen zeg ik het tegen de persoon in de trein waar ik naast kom te zitten. Ik wil graag dat dit in mijn leven een normale behandeling van andere mensen is. Zo wil ik zelf ook graag behandeld worden. Dat is mijn verhaal van de wereld waarin ik wil leven.

Vorige week zat ik een aantal keren in de bus in de omgeving van Arnhem en als mensen daar de bus instappen klinkt het ‘goedemorgen’ tegen de chauffeur en als ze er uitgaan ‘bedankt’. Aardig!

Mensen moeten zich natuurlijk vrij voelen in onze samenleving, vrij van druk, vrij van verplichtingen en van regels. Misschien is vriendelijk groeten ook een verplicht ‘moeten’ voor mensen en vinden ze dat het hun vrijheid beknot. Maar vrij voelen en vrij zijn is wel een proces van geven en nemen. Natuurlijk: de hele stoep is van jou, de hele straat, de hele trein, de hele bank, maar laten we het in godsnaam gezellig houden. Even opzij stappen of een groet beantwoorden beperkt vrijheid niet wezenlijk. En wie zegt dat vrijheid zonder enige verplichting is?

Al in een bus of een tram ligt de kwetsbaarheid en de vrijheid van ieder mens. Op het persoonlijke vlak het is altijd een verhaal hoe je in het grotere geheel past. Welk verhaal wil je vertellen over de wereld waarin jij leeft? Waar is het verhaal van deze straat waar jij een rol in speelt? Wat voor rol heb je?

Of een wereld een vriendelijke of vijandige wereld is hier in Nederland, daar heeft ieder zelf een stem in. Groet je of groet je niet, doe je een stapje opzij of loop je door. Een verhaal van vrij zijn en kwetsbaar zijn elke dag op straat.

Het verhaal van vrijheid is geen groot verhaal, maar een persoonlijk beleefd verhaal. Elke vluchteling kan zijn of haar eigen verhaal over vrijheid vertellen. Dat zijn verhalen van vrij zijn van onderdrukking, vervolging, honger en angst. Ook verhalen van vrij zijn om te bouwen aan hun eigen leven en de toekomst van hun kinderen.

Laten we ook ons eigen verhaal niet verliezen over onze vrijheid en onze kwetsbaarheid. In wat voor straat, trein of wereld willen we leven? Welke droom vertellen wij over onze samenleving?

Het begint met een stapje opzij en een stapje vooruit.

Wies Houweling
algemeen secretaris

Bron: De Linker Wang, met dank aan de redactie

Meer blogs.

Videoverslag Algemene Vergadering – 21 april 2018

Op een zonnige zaterdagmorgen 21 april 2018 ontmoetten meer dan 70 leden van Vrijzinnigen Nederland elkaar voor een Algemene Vergadering in het prachtige kerkje van de afdeling Naarden/ Bussum.

Voor de presentatie van het Magazine Omzien, over vrijzinnig pastoraat in de toekomst, interviewde Wies Houweling de onderzoeker Froukje Pitstra. Zij vertelde over de resultaten van het onderzoek. Alle leden krijgen het Magazine toegestuurd waarin Froukje Pitstra over het onderzoek en de resultaten vertelt en waarin we een beeld geven van wat er op het gebied van Omzien naar elkaar in de afdelingen gebeurt. Alle afdelingen en voorgangers krijgen het volledige rapport toegestuurd.

Daarna opende de voorzitter Ineke Jacobsen Jensen de vergadering. Het belangrijkste agendapunt was de bespreking van het Rapport van de commissie Vrijzinnigen 2020. Alle afdelingen kregen de gelegenheid om hun stem uit te brengen en te vertellen waarom ze voor het rapport waren of tegen, of zich onthielden van stemming.

De vergadering kon zich vinden in de richting die in het rapport gewezen wordt. We moeten ons meer concentreren op de inhoud. Er moet meer onderzoek plaatsvinden naar financiën in relatie met het lidmaatschap. Verder moeten we nog meer met elkaar in gesprek gaan voordat we gezamenlijk een volgende stap kunnen nemen. Het landelijk bestuur beraadt zich over alle inbreng en zal binnenkort met een aantal voorstellen komen.

Harry Rijken werd opnieuw herbenoemd tot penningmeester.

Halverwege de bijeenkomst zong de voorzitter van Schiedam, Richard van der Keur, het ontroerende ‘Lean on me’. Hjalmar Rosing begeleidde hem op de vleugel.

– Wies Houweling

Voedselbank

Voedselbank

Van één december tot één maart runnen wij een voedselbank. Onze gasten zijn daar in die periode fel op. We zijn de hele dag open en zodra het licht wordt komen de eerste gasten. Wij verstrekken vooral calorierijk voedsel, want daar is in de winter grote behoefte aan. Als het niet vriest kunnen onze gasten gebruikmaken van een badgelegenheid. Die is echter voor sommigen toch wat aan de krappe kant. Op het terrein is ook een huurhuisje gelegen maar de belangstelling daarvoor is niet zo groot, hoewel kijkers bij slecht weer het huisje gebruiken om te schuilen. Wij rekenen daar niets voor. Opvallend is dat de gasten van de voedselbank over het algemeen goed gekleed gaan. Man en vrouw zitten meestal keurig in het pak. Steevast wordt de bank bezocht door een heel parmantig, maar wel hongerig stelletje waarvan beiden gekleed gaan met een rode broek. Vanuit onze kantoorkamer kunnen wij hen gade slaan en als wij dit stelletje zien komen dan zeggen wij hardop:

‘De spechten zijn er weer.’ Speciaal voor hen is er een pot met vogelpindakaas.

Wij begluren onze gasten door een kijker van de vogelwacht en kunnen soms onze ogen er niet vanaf houden. De natuur is veel mooier dan de plaatjes in het vogelboek.

Toch blijkt dat men in de natuur niet altijd aardig is voor elkaar. Kleine vogeltjes worden gemakkelijk weggejaagd door een grotere, en dat geldt al voor koolmezen en pimpelmezen onderling. Maar soms komt er een Vlaamse Gaai en dan is al het kleine grut op slag vertrokken. Veiligheid is in die maanden een belangrijk item want katten uit de buurt willen graag hun jachtdrift bevredigen en loeren liefst vanuit een dekking op een vogeltje dat even minder waakzaam is. Gelukkig vindt bevrediging maar zelden plaats.

Al met al een lieflijk tafereel, dat komen en gaan van het gevederde volkje. Maar je wordt er ook wel een beetje filosofisch van omdat je je onwillekeurig af gaat vragen waar ze vandaan komen, en waar ze naar toe gaan.  Vooral het wonder dat zo’n klein beestje zich zo in leven weet te houden, en het ook in al zijn celletjes dna heeft dat volgens hetzelfde systeem is opgebouwd als het onze, wat betekent dat wij mensen net als de vogeltjes een onderdeel zijn van de natuur.

Spinoza zei:  “God is Natuur en de Natuur is God”. Wij van de voedselbank zeggen:

‘Dat kan niet missen, want een zingeving van ons bestaan is het in stand houden van de natuur.’

Wouter Blokhuis

Meer blogs

Videoverslag Conferentie ICUU 2018

Dit zijn videoverslagen van het bezoek van Wies Houweling van Vrijzinnigen Nederland aan de tweejaarlijkse conferentie van de International Council of Unitarians and Universalists (ICUU) in Kathmandu in februari 2018.

Het voorjaar is minstens zo belangrijk als de aankondiging van kerkdiensten met Pasen

De aankondiging van het voorjaar is minstens zo belangrijk de aankondiging van kerkdiensten met Pasen.

Waar gaat Pasen over? Als ik alle aankondigingen in mijn Facebook Bubble bekijk, gaat het over ‘naar de kerk’ gaan. Het paasfeest gaat natuurlijk over iets veel groters dan dat wat je deelt in die kerk. Veel mensen gaan ook naar de Mattheus of kijken naar de Passion. Wat beleven we aan Pasen? Kan Pasen een eenvoudig mens blij maken? En hoe werkt dat dan? Is het het kruis, het ei of de lente?

De meeste kinderen in Nederland denken dat Pasen met het paasontbijt te maken heeft. Zo vieren ze het in de supermarkt, op school en thuis. Gezelligheid, zoetigheid en samen delen zijn prachtige onderdelen van het paasfeest. Er zou best iets meer bij verteld kunnen worden, over dood en nieuw leven of zo?

Tot mijn vijftigste heb ik alle paasfeesten in de kerk gevierd. Daarna niet meer. Ik kan tussen alle aankondigingen van kerkdiensten en concerten het gevoel niet meer terug vinden dat ik er bij had. Het ziet er zeer verzorgd uit, allemaal mooi en ernstig, maar ik mis wat. Ik vind het wel buiten, waar de lente begint.

Ik ga vrijdag naar de Mattheus, misschien vind ik iets terug van de ernst en de schoonheid, maar dat kan ook op andere momenten van het jaar. De combinatie van dood en vreugde, goede vrijdag en paasmorgen horen bij Pasen. Wat ik me ook het meeste herinner aan Paasmorgen zijn de gevoelens van opluchting en blijdschap. Veel bloemen, blije kinderen, vanwege de eieren, en vrolijke muziek.

Waarom maken we dat onderscheid zo, Pasen is niet voor niets in de lente? Vertel kinderen dan ook gewoon dat het gaat om het vieren van nieuw leven. Ze weten dat mensen dood gaan, laten we vroeg beginnen en vertellen dat het leven kostbaar is en gevierd mag worden. Met een paasontbijt en misschien ook wel in de kerk.

Wies Houweling
algemeen secretaris Vrijzinnigen Nederland

meer blogs

Vrijzinnige verwarring

Reclameblokken

Gewoonte getrouw, misschien wel tegen beter weten in, kijk ik dagelijks naar het tv-journaal. Het journaal wordt omlijst door reclameblokken en daar word ik niet vrolijk van. Vreselijke toestanden worden mij voorgeschoteld om mijn bereidheid de portemonnee te trekken te vergroten. Al voor een paar euro kun je het leed van vreselijk verwaarloosde ezeltjes, die strompelend op hun misvormde hoefjes onmenselijke lasten dragen, lenigen. Een paar minuten later kijken trieste, maar ook aandoenlijke kinderogen de huiskamer in, om aan te geven dat de nood in het betrokken gebied heel hoog is en opnieuw wordt een beroep gedaan op de medemenselijkheid van de kijker om te helpen deze nood te lenigen. En veel kijkers zullen daartoe bij het zien van die beelden, bereid zijn. Immers is het in de levensbeschouwing van velen als het ware ingebakken om in nood verkerend mens en dier te helpen.

Dan het journaal

Dan begint het journaal. Dit wordt met onverholen zakelijkheid gelezen. Natuurlijk zullen de presentatoren ook hun emoties hebben, maar die zijn niet aan de orde. In beeld verschijnen kadavers van zogeheten grote grazers. Opnieuw vreselijke beelden. ‘Maar,’ is het gelezen commentaar van de presentator, ‘bijvoeren is streng verboden, wie het toch doet kan een boete krijgen. De natuur moet zijn loop hebben, de sterkste dieren moeten overleven.’ Het gaat hier om duizenden grote grazers op een volkomen kaalgevreten vlakte. Een golf van afschuw gaat door het land. De tv-kijker raakt geheel verward, wordt boos en is vol onbegrip.

Verwarring

Niet alleen de kijker is in verwarring gebracht. Ook de verantwoordelijke beleidsmakers zijn verward. Zou een veehouder in de Alpenlanden, die in de lente zijn koeien naar een alpenweide brengt, deze daar in de winter maar laten want dan kunnen de sterkste overleven? Een alpenweide is puur natuur en ook de besneeuwde alpenweide is dat. En dat idee van de sterksten zullen overleven, doet wel heel erg sterk denken aan de misvatting ‘survival of the fittest’ die in de eerste helft van de vorige eeuw vele slachtoffers heeft gemaakt. Daarbij zou het de beleidsmakers gesierd hebben om naar soortgelijke projecten te kijken, waar de natuur begrensd is, zoals bij een eiland bijvoorbeeld, en dus aan het faunabeheer speciale eisen worden gesteld.

Of is deze verwarring het simpele gevolg van arrogantie van de macht?

Medemenselijkheid

Gelukkig is medemenselijkheid voor velen een belangrijke factor bij de zingeving van hun bestaan. In het kader van medemenselijkheid probeer je te voorkomen dat je medeschepselen creperen, ook al riskeer je een boete van een verblinde overheid. Daar bestaat geen verwarring over.

Wouter Blokhuis

Meer blogs

Stroom

Stroom
Pas las ik het boek Alles is Machine van de jonge filosoof Arjen Kleinherenbrink. Een wat merkwaardige titel voor een filosofisch boek dacht ik. Maar al lezende kwamen er toch denkbeelden op die zeer aantrekkelijk zijn. Teveel om op deze plaats uitgebreid te behandelen, maar omdat de schrijver toch een gevoelige snaar bij mij raakte, wil ik er niet zomaar aan voorbij gaan.

Betekenis
Kleinenbrink gaat er in dit boek vanuit dat alles iets van betekenis is, en met alles bedoelt hij alle voorwerpen, omstandigheden, mensen en organisaties. Alles is een entiteit. Dus mijn bureaulamp, mijn smartphone, het Groene Boekje op mijn bureau en mijn camera zijn allemaal entiteiten met een eigen kern en een buitenkant, net als mijn buurman en de plaatselijke afdeling van Vrijzinnigen Nederland. Merkwaardig is dat wij als mensen in aanraking komen met de buitenkant van een entiteit zonder direct of misschien wel helemaal nooit tot de kern door te dringen, maar niet aan de invloed ervan ontkomen.

Inhoud
Wij lezen dat de zondagsdienst van Vrijzinnigen om 10.30 uur begint maar dat is slechts de buitenkant. Dat zegt nog niets over de inhoud. Als we een medemens ontmoeten kijken we het eerst naar de buitenkant. In het proces van evolutie heeft homo sapiens geleerd om uit lijfsbehoud in een paar tellen te taxeren of het gaat om een medestander of een tegenstander, vriendelijker gezegd of de medemens ons sympathiek of antipathiek is. Of we willen of niet, dit in onze genen vastgelegde proces vindt altijd plaats. Waar wij echter de grootste moeite hebben om al met de spreuk Ken U Zelve om te gaan is het benaderen en kennisnemen van de kern van onze medemens een utopie. De vraag is of dit nu ook voor andere entiteiten geldt. Toen ik mij dit afvroeg schoot mij een van mijn eigen gedichten binnen dat ik schreef bij een foto van een rivieroever die water, wat struiken en een stuk steen laat zien. Dit wil ik u niet onthouden:

Waterkant

Al eeuwen stroomt de rivier/ Langs dezelfde weg/ Door het zelfde bed/

De mens rommelt wat/ Een dijk, een aanlegplaats/ Een brug, een pont/

Het is de rivier om het even

’s Mensen leven/ Gaat voorbij/ Er komen anderen/ Die mooier en beter weten/

Dan blijft slechts/ Wat overwoekerd steen/ De maker is reeds heen/

Alleen de rivier zal blijven

De kern van de rivier is voor mij verborgen. Maar voor mij is hij een stroom van spiritualiteit .

Wouter B. Blokhuis

 

Meer blogs

Pleidooi voor ondersteuning van de huisarts bij euthanasie

Pleidooi voor ondersteuning
Huisartsen zijn opgeleid om mensen te genezen. Huisartsen begeleiden ook mensen in hun laatste levensfase. Euthanasie is daarbij een mogelijkheid, maar het is een zware beslissing om het leven van een ander mens te beëindigen.

Verantwoordelijkheid
De verschillen tussen artsen zijn hierover zijn groot, het is een grote en verantwoordelijke taak waarin ieder zijn eigen beslissing neemt. Er zijn artsen die het verzoek inwilligen, maar er zijn ook artsen die dat principieel niet doen en vele artsen die beslissingen ertussenin nemen, waarbij de beslissing afhangt van de aanvrager en de situatie. Voor een zorgvuldig uitgevoerde euthanasie zijn de mensen afhankelijk van hun huisarts. Indien er tegengestelde belangen zijn, dus als de huisarts een euthanasie niet kan of wil uitvoeren zijn er mensen die hun toevlucht nemen tot de Levenseinde Kliniek. Dit is niet altijd een wenselijke situatie.

Meer ruimte
Het verrichten van euthanasie is een taak die voornamelijk op het bord van huisartsen ligt. En misschien komt er nog wel meer op hun bord als we het rapport van de commissie Voltooid leven, onder voorzitterschap van Prof. dr. P. Schnabel serieus nemen, die in een van haar aanbevelingen adviseerde om eerst de huisartsen meer ruimte en ondersteuning te geven om euthanasie uit te voeren.

Geestelijke verzorgers en euthanasie
Geestelijk verzorgers zijn opgeleid om mensen te begeleiden bij moeilijke perioden in hun leven. Geestelijk verzorgers zijn er vanuit vele achtergronden: humanisten, protestanten, katholieke, moslims etc. Natuurlijk zijn er een aantal waarin men bezwaar maakt tegen euthanasie, maar er zijn er ook vele m.n. vrijzinnigen en humanisten die weten dat dit voor veel mensen een onderdeel van hun leven uitmaakt en die mensen niet in de steek laten als zij besluiten voor euthanasie te kiezen.

Geestelijke verzorging is verzorging tot het einde, dat hoort bij de opleiding voor geestelijk verzorger. Velen hebben te maken met euthanasie in hun dagelijks werk, zeker zij die werken in verzorgings- en verpleeghuizen. Altijd is dan de verhouding en samenwerking met de huisarts erg belangrijk.

Rollen
Zelf heb ik als vrijzinnig predikant enkele malen een huisarts mogen ondersteunen. Onze rollen waren duidelijk, beide waren we in gesprekken nader tot de beslissing van dit mens gekomen.  Door mijn aanwezigheid werd de huisarts op een bepaalde manier ontlast. Hij kan zich voornamelijk richten op de patiënt. Ik had al met de patiënt gesproken en wist wat er ging gebeuren. Ik kon mijn aandacht richten op de naasten die aanwezig waren en hen begeleiden met een ritueel.

Expertise gebruiken
Het rapport Schnabel pleit voor bredere uitvoering van de euthanasie door de huisarts, zodat de vraag om beëindiging van het leven bij voltooid leven minder wordt. Is dat eerlijk? Leggen we niet een veel te grote klus op het bord van huisartsen? Waarom niet ondersteuning vanuit een logische kant? Mensen die er voor opgeleid zijn, ervaring in hebben en beschikbaar zijn? Is dit niet het werk wat niemand alleen moet doen? Is een samenwerkingsverband van huisarts en geestelijk verzorger of psycholoog dan niet voor de hand liggend? Het zou mooi zijn dat, als mensen zich onbegrepen voelen door hun huisarts, of de vraag voor euthanasie niet duidelijk wordt, er ondersteuning kan plaatsvinden, voor zowel de huisarts als de patiënt, waarbij een goede beslissing kan worden genomen.

Er zijn vele geestelijk verzorgers, die al betrokken zijn bij beslissingen over euthanasie. Laten we van hun ervaring en expertise gebruik maken.

Wies Houweling,
algemeen secretaris Vrijzinnigen Nederland

Meer blogs ..