Gelovig stuntelen in de maand van de filosofie

Gelovig stuntelen

‘Ik stuntel, dus ik ben’ is het thema van de maand van de filosofie. Ik moest onmiddellijk denken aan alle gestuntel dat vrijzinnigen altijd uithalen als zij de vraag moeten beantwoorden, wat geloof je nu eigenlijk? Het is een vraag naar identiteit en het wezen van je bestaan, maar het antwoord is niet makkelijk voor vrijzinnigen. De meesten van ons stuntelen bij het geven van een antwoord en een maand later kunnen ze soms weer een heel ander antwoord geven.

De weg van het zoeken

Wat vrijzinnigen bindt, is het samen de weg van het zoeken gaan. Ze zoeken naar inhoud en zingeving om richting aan hun leven te geven. Het is niet een einddoel waar ze naar op weg zijn, maar de weg zelf is het doel. Een belangrijk woord voor vrijzinnigen is zin zoeken. Ik vraag me wel vaak af wat dat inhoud en of er wel eens iets gevonden wordt, of dat ze zucht naar nieuwe denkbeelden en ideeën vrijzinnig ingebakken zijn. Vernieuwing van inzichten is belangrijk, na een paar jaar is er een nieuw boek, een nieuwe richting voor dat zin zoeken nodig, anders verveelt men zich. Na zo’n 10 jaar werk als algemeen secretaris van Vrijzinnigen Nederland zie ik steeds een enorme belangstelling voor nieuwe theologen en filosofen, minder voor het uitbouwen van de oude ideeën. Wie weet nog wat Opzoomer schreef?

Antwoorden

Het antwoord op wat geloof je nu eigenlijk, zal bij vrijzinnigen altijd meer gestuntel geven dan bij meer orthodoxe gelovigen. Vrijzinnigen moeten het zelf formuleren, zelf uitvinden en uitspreken. Meestal doen zij geen beroep op woorden van anderen, elke vrijzinnige is immers uniek.

Stuntelig maar niet vrijblijvend

Dus er wordt wat eerlijk en authentiek gestunteld, al zullen vrijzinnigen het nooit zo noemen. Hoewel het er stuntelig uitziet, het is niet vrijblijvend. Het is ontdekken en weer verdergaan. Een interessante weg, juist in deze tijd. Er is zoveel nieuws te ontdekken in bijvoorbeeld filosofie, boeken, kunst, spiritualiteit en muziek om in deze wereld zinvol en waardevol te leven.

Wies Houweling
algemeen secretaris

Meer blogs

Vrijzinnige huurders

Tuinhuisje

Het seizoen is weer begonnen waarin wij ons tuinhuisje verhuren. En al gauw kwam er een stelletje, keurig in het pak, de woning bekijken. Was de voordeur groot genoeg maar ook weer niet te groot, en natuurlijk boeide hun ook het interieur. Nou, daar moest nog wel wat aan gebeuren. Maar de woning op zich beviel hun wel, dus bleven ze en zo hadden wij nieuwe huurders. Al heel gauw zagen we dat zij actief met de inrichting bezig waren. Huisraad werd van verre aangedragen.

Vrijzinnige huurders

Ook in vroeger jaren hadden wij huurders voor ons huisje in de tuin. Meestal lieten zij over hun bedoelingen geen twijfel bestaan, Al spoedig kwamen er tekenen van gezinsuitbreiding. Maar de jongen vlogen uit en de huurders vertrokken weer zonder de huur te betalen. Wonderlijk eigenlijk dat we van betalen spreken. Alsof er sprake zou zijn van huurschuld. Moeten we de aanwezigheid van een mezengezinnetje, want daar gaat het om, wel in verband brengen met geld?

Overwegingen

Vreemd, die associatie. De bewoordingen zijn grappig bedoeld – huren zonder te betalen. Maar er zijn meer aspecten aan dit voorval dan de economische. Het is bijvoorbeeld vertederend om te zien hoe die twee vogeltjes in de weer zijn. Verbazingwekkend dat zij precies weten welke materialen nodig zijn om een comfortabel nest in het vogelhuisje te maken. En dan, als de nakomelingen uit hun mini eitjes zijn gekomen werken pa en ma hard om voedsel te verzamelen voor de altijd hongerigen in het nest. En al die overwegingen worden door twee kleine vogels bij ons losgemaakt. Dat krijgen wij er voor terug, zonder te betalen.

Hoeksteen?

De natuur laat zien dat het veel inspanning kost om nageslacht voort te brengen. Dat geldt niet alleen voor de vogels, maar ook voor mensen. Vroeger was het aloude adagium dat het gezin de hoeksteen van de samenleving is. Daar wordt nu wat genuanceerder over gedacht. Toch, als je naar de natuur kijkt is het groot brengen van nageslacht iets wat meerdere ouders betreft. Of de kleine wordt in een kudde grootgebracht, zoals bij olifanten waar tantes helpen met opvoeden en groot brengen.

In onze maatschappij zien we veel variaties op het klassieke gezin. En elke kinderwens dient vervuld te worden. Iets dat wordt gezien als de ultieme zingeving. Soms vraag ik mij daarbij af of onze culturele evolutie niet scheef groeit ten opzichte van onze biologische evolutie. Deze bevindt zich nog in het stadium van jagers-verzamelaars toen een kind nog standaard twee ouders had.

Wouter Blokhuis

Meer blogs …

Wouter Blokhuis leest voor uit Nabeeld

Wouter Blokhuis, onze blogger, heeft een expositie in de Woudkapel. Hierbij een klein voorproefje:

Noem mij bij mijn diepste naam…

Vrouwendag 8 maart 2019

Noem mij bij mijn diepste naam…
Nog steeds is er behoefte aan meer vrouwelijke religieuze stemmen

De openbare religieuze stem heeft een mannelijk geluid. De stemmen van azans, moellahs imams, rabbijnen, priesters, dominees en voorgangers zijn vandaag in deze wereld voor 98 procent mannelijk. Binnen de vrijzinnigheid is dat niet zo, daar is meer dan de helft van de voorgangers vrouw. Van de grootste geloofsgemeenschappen zoals de Rooms-katholieke kerk zijn alle priesters mannen en zullen dat ook nog lang blijven. God is groot, roepen de mannen, geen wonder dat bij hen een mannelijk godsbeeld past en de toehoorders dit meekrijgen.

Er zijn in elke religie prachtige uitzonderingen, voorbeelden van de waardering van het vrouwelijke. Ik wil het hier niet over kwaliteit, maar over kwantiteit hebben. Wanneer er gebeden wordt, gelezen uit heilige boeken, getroost met mooie verzen horen de meeste mensen een mannelijke stem. Dat valt niet te ontkennen, ook niet in het geseculariseerde Nederland. Overigens zijn ook de grootste atheïsten die van zich laten horen mannen, hoewel dat ook aan de media kan liggen.

Op 5 november 1911 werd het ambt van predikant in Nederland bij de doopsgezinden en Vrijzinnigen Nederland opengesteld voor de vrouw. Dat is net 100 jaar geleden. Nu lijkt het binnen de vrijzinnige, meer liberale religieuze bubbel alsof er gelijkheid is. Dat is niet zo in de samenleving en ook niet in de wereld en daarom heeft dat ook nog invloed op de vrijzinnigheid. Een dominant mannelijk geluid in religieuze zaken heeft invloed op de spiritualiteit van vrouwen en mannen, ook binnen de vrijzinnige bubbel. De mannelijke taal en beelden domineren in de samenleving, nog steeds zijn mensen verrast als de dominee een vrouw is. Er ontbreekt iets, in spiritualiteit neemt de spreekster of spreker zichzelf mee. Spiritualiteit is pluriform, rijk en vaak heel persoonlijk. Daarom moeten de stemmen ook pluriform zijn, niet alleen man, ook vrouw, homo, hetero, transgender.

Ik herinnerde mij de eerste keer dat ik de vertaling van de psalmen van Ida Gerhard en Marie van der Zeyden uit 1972 las. Het was een openbaring, zo anders. De theologie van Dorothee Solle kwam zoveel dichterbij dan van alle mannen. De liederen en gedichten van Marijke de Bruijne, waren speciaal voor mij geschreven. De verhalen van Manuela Kalsky zette mij in beweging. Maar ook nu de preken van Janneke Stegeman en de wijze woorden van Anne Dijk en Chantal Suisse klinken goed. Zij spreken over religie, spiritualiteit over het leven in deze wereld. In kwaliteit kunnen zij het ruim meten met hun mannelijke collega’s, maar zij blijven uitzonderingen. Geef ze de ruimte, geef ze het podium dat van belang is ook voor de komende generaties. Het is nog steeds hard nodig de beleving van vrouwen over hun geloof te horen.

Religie die voornamelijk mannelijk verwoord wordt en een mannelijke stem draagt, is meestal gevangen in een machtsspel. Een nieuwe taal, met vele pluriforme stemmen van vrouwen zal mensen meer voeden en inspireren ook in de verre toekomst.
In het kader van de vrouwendag 2019 wil ik er voor pleiten de vrouwelijke religieuze stem te laten klinken, meer geluid te geven. Laten we vooral doorgaan met het versterken ervan, want er is nog lang geen gelijkheid, zelfs geen pluriformiteit in gender en dat is wel belangrijk voor de toekomstige generaties. Vrouwen laat van je horen en laten we daar als Nederlandse samenleving ruimte voor maken.

Wies Houweling
algemeen secretaris

Meer blogs

Voor wie ga je de straat op? Februaristaking 2019

Protesteren op straat, waarom zou je het doen? En voor wie? Heeft het zin? ‘Bidden met de voeten’, noemde iemand het ooit eens. Voor mij is de herdenking bij de Dokwerker een van de belangrijkste in Nederland. Op 25 februari 1941 werd een staking door communisten opgezet in de Tweede Wereldoorlog als protest tegen de razzia op hun joodse stadsgenoten. In de werven en op de tram werd door tienduizenden mensen gestaakt. Staken was met risico voor eigen veiligheid en inkomen. De staking was uit solidariteit met het lot van anderen.

Voor jezelf de straat op gaan voor betere pensioenen of voor beter onderwijs is makkelijker te begrijpen, maar in deze tijd voor een ander protesteren? Je eigen veilige bestaan op het spel zetten, in solidariteit voor de ander. Dat is wel wat in Nederland gebeurde, als enige land in Europa in de Tweede Wereldoorlog. Een land waaruit ook een record aantal joden is weggevoerd. Ik geloof dat die solidariteit nog steeds aanwezig is in de Nederlandse samenleving. Als Nederlanders kijken we ook wat vreemd aan tegen de gele hesjes in Frankrijk, voor jezelf opkomen, is hier minder populair.

Op 9 maart 2019 een vrouwenmars en op 10 maart voor het klimaat. Toch is de moeder van alle demonstraties de herdenking bij de Dokwerker van de februari staking, uniek in Europa.

Mensen zijn echt wel bereid om iets te doen, kijk naar alle deelnemers aan de diensten rondom het kerkasiel in de Bethel kerk. Mensen willen niet alleen opkomen voor hun eigen belangen, maar voor iets wat echt verschil uit maakt in deze wereld.

De februari staking wordt jaarlijks herdacht bij het standbeeld ‘De Dokwerker’ op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam. De herdenking staat in het teken van de blijvende strijd tegen fascisme en racisme. Ook blijvende strijd om op te staan voor de ander die in de verdrukking komt. Een uniek document in deze tijd, daarom ga ik er heen maandag.

Waar ga jij de straat voor op?

Wies Houweling
algemeen secretaris

Meer blogs

Ruimtetijd

‘Heb je morgen nog ruimte in je agenda voor een bespreking?’
‘Ga je ver weg met vakantie?’ Antwoord: ‘we vliegen vier uur.’ Bij de eerste vraag ging het over tijd, in plaats van ruimte. De vraag was eigenlijk: heb je morgen nog tijd? Bij de tweede vraag werd de afstand afgemeten aan het aantal vlieguren.

Vierde dimensie
In het spraakgebruik gebruiken we ruimte en tijd door elkaar. Het is mede aan Einstein te danken dat knappe mensen ruimte en tijd zien als onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Zij spreken van ruimtetijd. Daarmee verheffen zij ruimtetijd tot een vierde dimensie.

Onbegrijpelijk
Als je niet bent groot gebracht in die materie dan komt dat als onvoorstelbaar over. Ons bestaan speelt zich af in drie dimensies, lengte, breedte en hoogte. Ooit wandelde ik met mijn hond door een bos, toen een vlucht ganzen al gakkerend overvloog. Mijn hond begon paadje in, paadje uit te rennen achter de ganzen aan – dacht hij. In zijn twee-dimensionale wereld ontbrak de hoogte. Voor ons mensen is dat geen probleem: wij kijken omhoog en zien de ganzen overvliegen. Maar een vierde dimensie vinden de meesten onder ons onbegrijpelijk.

Moderne mens
De moderne mens kijkt echter verder dan zijn aardse bestaan. Met telescopen die zichtbaar licht vangen, maar ook met radiotelescopen wordt de hemel afgespeurd. De waarnemingen die men daarmee doet willen wetenschappers verklaren. En met de theorieën van Einstein komt men een heel eind. Maar van een wereldbeeld kan men naar mijn idee nauwelijks meer spreken, eerder van een ‘universumbeeld’. Het onvoorstelbare blijft echter intrigeren omdat daarmee ook vragen opkomen. Vragen als: waar komt ons leven nu vandaan? En waar komt het heelal vandaan? Wat was dan die oerknal?
Het wonderlijke is nu dat we soms wel, soms niet antwoorden krijgen op onze vragen, maar altijd via medemensen. Religieus denkend zou je dan kunnen zeggen dat God door de mensen tot jou spreekt.

Spiritualiteit
Ooit, in een turbulente periode in mijn leven gaf iemand mij een raad. Dat gebeurde zomaar, op een camping. In een gesprek zei een dame opeens:
‘Probeer altijd open te staan voor wat anderen je kunnen geven.’ Zo op het eerste gezicht klinkt dat wat eenzijdig. Wat anderen je kunnen geven. Dat houdt echter in dat je in ieder geval aandacht geeft. Er biedt zich dus iets aan, en je geeft er aandacht voor terug. Voor mij begint daarmee de spiritualiteit: aandacht geven aan je medemens.

Wouter Blokhuis

Meer blogs

Pardon! Werelddag Migranten en Vluchtelingen

Zondag 13 januari is de Werelddag van de Migranten en Vluchtelingen. De dag is in 1914 in het leven geroepen door de Katholieke Kerk. Vanwege de discussie rondom het kinderpardon leek het ons goed om hier aandacht aan te geven.

Johan de Wit schreef de volgende column.

Pardon!

Op 5 december 2018 heeft de Raad van Kerken een brief aan minister-president Rutte en staatssecretaris Harbers gestuurd over de toepassing van het kinderpardon. De volledige tekst van de brief is te vinden op de website van de Raad.

Volgens het kinderpardon kunnen kinderen van asielzoekers die hier langer dan vijf jaar zijn en geworteld zijn in onze Nederlandse cultuur, niet worden uitgezet naar het land van herkomst.

Nederland zet toch veel van deze kinderen uit, en handelt daarmee in strijd met het Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties, waarin is bepaald dat het belang van het kind altijd voorop moet staan en kinderen recht hebben op een thuis en een band met hun ouders. In flagrante strijd daarmee worden kinderen voor het ochtendgloren uit hun huis gesleept, in een cel vastgehouden en door de politie op het vliegtuig naar het land van herkomst gezet.

Dit is volgens de IND (Immigratie- en Naturalisatie Dienst) mogelijk op grond van het meewerk-criterium, dat in de brief van de Raad wordt genoemd. Het meewerk-criterium wil zoveel zeggen dat, als de ouders van het kind niet hebben meegewerkt aan de vrijwillige terugkeer naar het land waaruit ze zijn gevlucht, zij geen beroep op het kinderpardon kunnen doen. Alleen als de ouders kunnen aantonen dat ze pogingen hebben gedaan om ons land te verlaten, kan er een beroep op het kinderpardon worden gedaan.

De Raad constateert in de brief terecht dat het meewerk-criterium onlogisch en inconsistent is en de toepassing van het kinderpardon tot een illusie maakt. Het is ook een idiote en onrechtvaardige regeling. Typisch een verzinsel van een bureaucraat die zwelgt van vreugde als hij een reden heeft gevonden om “nee” te kunnen zeggen. Als je een dergelijk criterium op bij voorbeeld subsidieverlening zou loslaten, dan zou dat betekenen dat je alleen subsidie kan krijgen als je eerst hebt aangetoond dat je eigenlijk geen subsidie wilde!

Pardon, dames en heren hoge ambtsdragers en volksvertegenwoordigers, maar was het niet zo dat er een kinderpardon zou komen dat ruimhartig zou worden toegepast? Hoeveel volgzaamheid verwacht u eigenlijk van ons als u iedere afspraak zelf met voeten treedt?

Johan de Wit

Meer blogs …

Participatiemaatschappij

Een goede bekende waarschuwde twee jaar geleden het wijkteam omdat Gladyss in toenemende mate hulpbehoevend werd. Gladyss woonde in een kleine eengezinswoning van het type zoals er duizenden in Nederland gebouwd zijn. Boven slapen en douchen, toilet beneden wat handig is als je er ’s nachts uit moet. Het ambtelijke keukentafelgesprek met de 80-jarige slechthorende Gladyss en de vriendin verliep zoals te verwachten:
“Mevrouw wat wilt u?” was de eerste vraag.
“Naar een verzorgingshuis.” De ambtenaar antwoordde kort en bondig dat dat niet meer ging. De tweede vraag was gericht aan de vriendin:
“Kunnen uw kinderen niet iets doen?”
“Ik heb geen kinderen.”
“O”

Thuiszorg
Uiteindelijk werd besloten de thuiszorg te alarmeren en er werd een alarm aangesloten. In de volgende twee jaar werd Gladyss driemaal onwel waarna zij met een ambulance naar een ziekenhuis werd vervoerd. Het was de huisarts niet opgevallen dat Gladyss nu op twee poliklinieken cardiologie onder controle was gekomen. Na een jaar werd er bij de gemeente een traplift aangevraagd. Dat gaat natuurlijk niet zomaar, dat kost tijd. Afgezien van het onwel worden viel Gladyss vaak in haar huisje en liep daarbij verschillende botbreuken op. De laatste breuk, van de heup, werd operatief behandeld. Helaas was de conditie van Gladyss inmiddels zo verslechterd dat herstel van de loopfunctie uitbleef.

Opname
Gladyss werd op een geriatrische revalidatieafdeling opgenomen en kreeg na zes weken te horen dat zij niet meer naar huis kon. Men vond een plaats voor haar in een ander verpleeghuis waar zij nog drie weken liefderijk verzorgd werd voor zij plotseling overleed.
Gladyss’ familie woonde ver weg en was ook al ver in de tachtig. Het is dat een paar buurvrouwen uit het straatje waar Gladyss woonde zich haar lot aantrokken. Geheel belangeloos zorgden deze werkende vrouwen voor de boodschappen en haar hondje. De dichtstbijzijnde buurvrouw belde de trapliftfirma dat het aanbrengen van de traplift – na bijna een jaar wachten – niet meer nodig was omdat mevrouw niet meer thuis kwam. Maar de trapliftfirma was onverbiddelijk: besteld is besteld. De woningbouwstichting zal hem er nu weer uitslopen.

Uitvaart
De uitvaart was ontroerend. Bedroefde buurvrouwen spraken een herdenkingswoord. Een fluitiste speelde stukken van Bach. Een handjevol mensen zat om de kist heen.
Ik vertel deze geschiedenis omdat dit niets met de zogenaamde participatie maatschappij te maken heeft. Het was van deze buurvrouwen pure naastenliefde zoals zij zich het lot van Gladyss aantrokken. Hun – seculiere – levensbeschouwing, die ervan uitgaat dat je op de wereld bent om elkaar te helpen, bracht hen er toe. Zij verdienen ons diepste respect.

Wouter Blokhuis

Meer blogs ..

Een nieuwe kerststal

De madonna del mare nostrum gaf mij eigenlijk het idee. De madonna del mare nostrum is een hedendaags schilderij van Hansa (Versteegh). Het laat een moeder met een kind zien, in folie tegen de onderkoeling, vluchtelingen net uit het water. Het schilderij staat nu in de Bethelkerk in Den Haag. De kerk waar nu al weken een dienst gaande is ter bescherming van een Armeense familie met drie kinderen en voor een beter kinderpardon.

De figuren op het schilderij, moeder en kind, kijken je aan, een traditioneel Maria met kind beeld. Het schilderij raakte me, het zegt iets over nu, over deze wereld en doet een beroep op mijn betrokkenheid. Zo moeten generaties vrouwen Maria gezien hebben, Maria ongetrouwde vrouw met haar bijzondere kind. Zij sprak tot vrouwen in hun dagelijkse leven over een dak boven hun hoofd en dagelijks eten en drinken, maar ook over relatie- en opvoedingsproblemen. Zij bood hulp. Ik weet niet wat de madonna del mare nostrum doet, maar zij maakt je wel onrustig.

Toen dacht ik aan de beeldengroepen van de kerststal die in vele huizen en kerken staan. Generaties zijn opgegroeid met het ritueel van het voorzichtig opbouwen van de stal in de adventsmaanden. Het hoogtepunt is voor veel kinderen het plaatsen van het kindje in de kribbe op kerstnacht. Wat doet het ons, is er meer dan nostalgie? Kun je het oude beeld van de heilige familie opnieuw invullen? Helpt het spelen met de beelden ons bij zingeving en het nadenken over onze waarden?

In onze gereformeerde traditie hadden we geen kerststal. Later kreeg ik er een van mijn katholieke collega, een wit gipsen model. Ik heb het echt geprobeerd, maar het werd niets tussen ons. Wel heb ik iets gekregen met een kleine blikken uitklapbaar kerststalletje uit Latijns-Amerika. Het heeft iets eenvoudigs, iets liefs, het vanzelfsprekende is er af.

We hebben nieuwe rituelen en symbolen nodig om jonge mensen te ondersteunen in hun leven en over zingeving te kunnen spreken. Misschien ook wel om te kunnen troosten en bemoedigen. Kun je het kerststalletjes dan ook scherp eigentijds invullen? Met iets dat raakt en van nu is? Misschien is het allang gedaan, maar ik waag hier toch een poging anno 2018.

Het lijkt een zielig groepje:
Jezus is een gehandicapte wees, broodmager en verwaarloosd, afkomstig uit een Oost-Europees land. Maria is een tienermoeder, en Jozef is oud en heeft een burn-out. De herders zijn textielwerksters die in verborgen ateliers zwaar onderbetaald werken. De koningen zijn uit hun land verdreven politici die ooit veel macht hadden. De os is net bevrijd uit het slachthuis en de ezel heeft duidelijk sporen van mishandeling.

Een eigentijds tafereeltje. Hoe verzin je het bij elkaar? Bij het traditionele set zou je dezelfde vraag kunnen stellen, hoe is het bij elkaar verzonnen? Hoe kan zo’n nieuw beeld hoop geven? Het geeft hoop en erkenning, omdat het in een traditionele setting staat, omdat het verwijst naar het verhaal van licht in de duisternis van de God, waarvan mensen vertellen dat hij mens is geworden. Of zoals de oosterse kerken geloven, een god die de hele schepping veranderde door er zelf deel van uit te gaan maken.

Een nieuw beeld heeft zijn kracht door het oude verhaal. De belofte van de oude kerststal straalt er doorheen. Dit zijn de mensen aan wie grote dingen gaan gebeuren. Dit zijn mensen in duisternis die een groot licht gaan zien.

Misschien lijkt het wel een beetje op de Passion die nu elk jaar wordt opgevoerd en uitgezonden door de EO. Deze kerststal anno 2018 hoeft niks te zeggen en niks te zingen, ze kijken je alleen maar aan. Een bewijs van de actualiteit van het kerstverhaal, als we maar durven spelen. Het spel kan onze werkelijkheid met een andere werkelijkheid verbinden zoals Christa Anbeek schrijft. Het spel van kerst spelen we elk jaar opnieuw, in een steeds veranderende wereld. Het blijft een verhaal van hoop en liefde.

Mooie hoopvolle dagen

Wies Houweling

Meer blogs ..

Requiem

Requiem voor een lijster

Meestal kwam hij alleen. Hipte door de tuin, over het terras op weg naar het vogelbadje waar hij dankbaar gebruik van maakte. Niet dat hij er zo in plonsde. Zo werkt dat bij de vogels in onze tuin niet. Aan het bad gaat altijd een waakzaam rond kijken vooraf. Lijsters doen dat, merels, mezen, ‘ons’ roodborstje, kortom alle vogels nemen de omgeving goed op voordat zij zich aan de geneugten van een bad overgeven. Zelfs de houtduiven die eigenlijk te groot zijn voor het badje kijken eerst vanaf de dakgoot of het wel veilig is. Want de vijand slaapt nooit, lijkt het wel. Gelukkig voor de vogels is er ook een kat met een leuk halsbandje waaraan een belletje is bevestigd. Deze kat vangt altijd bot.
Gisteren nog zag ik de lijster op weg naar zijn bad. Vanmorgen vonden ik hem naast de keukendeur. Levenloos. Zijn kopje in een rare stand ten opzichte van zijn lijf. Op de vlucht voor de vijand zal hij een fatale stuurfout hebben gemaakt waardoor hij tegen de muur vloog en zijn nek brak. Mijn vrouw en ik hebben hem een laatste rustplaats in de tuin gegeven en zullen volgend voorjaar zijn lied missen.

Merkwaardig zoals zo’n eenvoudige gebeurtenis door een krantenbericht een heel ander perspectief krijgt. Zeventig jaar geleden was Nederland verwikkeld in een afschuwelijke oorlog die de geschiedenis is ingegaan als de Tweede Wereldoorlog. Vanuit Engeland vlogen grote eskaders bommenwerpers over Nederland naar Duitsland om daar hun vernietigende lading uit te gooien. Alleen al boven Nederland werden vijfenvijftighonderd geallieerde vliegtuigen neergeschoten. Een aantal crashte in het IJsselmeer. Zeventig jaar later stelt onze overheid geld beschikbaar om indien mogelijk de wrakken te lichten want daar kunnen zich nog stoffelijke resten van de bemanning in bevinden.
De lijster werd met enige zorg van een rustplaats in de omgeving waarin hij geleefd heeft, voorzien.

Talloze jonge mensen die hun leven voor onze vrijheid gaven hebben zo’n zeventig jaar in de modder van de IJsselmeerbodem of de klei van een naamloze akker mogen rusten. En nu:
‘Misschien moeten we daar toch wat aan doen’. Zouden die jongens ooit hebben nagedacht over de zin van hun offer? Vormt de betekenis van mijn requiem voor de lijster een bezinning op de zingeving van de offers die gebracht zijn om de vrede te herstellen en vrijheid te bewerkstelligen? In ieder geval een aanwijzing om hier eens over na te denken.

Wouter Blokhuis

Meer blogs ..