Stroom

Stroom
Pas las ik het boek Alles is Machine van de jonge filosoof Arjen Kleinherenbrink. Een wat merkwaardige titel voor een filosofisch boek dacht ik. Maar al lezende kwamen er toch denkbeelden op die zeer aantrekkelijk zijn. Teveel om op deze plaats uitgebreid te behandelen, maar omdat de schrijver toch een gevoelige snaar bij mij raakte, wil ik er niet zomaar aan voorbij gaan.

Betekenis
Kleinenbrink gaat er in dit boek vanuit dat alles iets van betekenis is, en met alles bedoelt hij alle voorwerpen, omstandigheden, mensen en organisaties. Alles is een entiteit. Dus mijn bureaulamp, mijn smartphone, het Groene Boekje op mijn bureau en mijn camera zijn allemaal entiteiten met een eigen kern en een buitenkant, net als mijn buurman en de plaatselijke afdeling van Vrijzinnigen Nederland. Merkwaardig is dat wij als mensen in aanraking komen met de buitenkant van een entiteit zonder direct of misschien wel helemaal nooit tot de kern door te dringen, maar niet aan de invloed ervan ontkomen.

Inhoud
Wij lezen dat de zondagsdienst van Vrijzinnigen om 10.30 uur begint maar dat is slechts de buitenkant. Dat zegt nog niets over de inhoud. Als we een medemens ontmoeten kijken we het eerst naar de buitenkant. In het proces van evolutie heeft homo sapiens geleerd om uit lijfsbehoud in een paar tellen te taxeren of het gaat om een medestander of een tegenstander, vriendelijker gezegd of de medemens ons sympathiek of antipathiek is. Of we willen of niet, dit in onze genen vastgelegde proces vindt altijd plaats. Waar wij echter de grootste moeite hebben om al met de spreuk Ken U Zelve om te gaan is het benaderen en kennisnemen van de kern van onze medemens een utopie. De vraag is of dit nu ook voor andere entiteiten geldt. Toen ik mij dit afvroeg schoot mij een van mijn eigen gedichten binnen dat ik schreef bij een foto van een rivieroever die water, wat struiken en een stuk steen laat zien. Dit wil ik u niet onthouden:

Waterkant

Al eeuwen stroomt de rivier/ Langs dezelfde weg/ Door het zelfde bed/

De mens rommelt wat/ Een dijk, een aanlegplaats/ Een brug, een pont/

Het is de rivier om het even

’s Mensen leven/ Gaat voorbij/ Er komen anderen/ Die mooier en beter weten/

Dan blijft slechts/ Wat overwoekerd steen/ De maker is reeds heen/

Alleen de rivier zal blijven

De kern van de rivier is voor mij verborgen. Maar voor mij is hij een stroom van spiritualiteit .

Wouter B. Blokhuis

 

Meer blogs

Pleidooi voor ondersteuning van de huisarts bij euthanasie

Pleidooi voor ondersteuning
Huisartsen zijn opgeleid om mensen te genezen. Huisartsen begeleiden ook mensen in hun laatste levensfase. Euthanasie is daarbij een mogelijkheid, maar het is een zware beslissing om het leven van een ander mens te beëindigen.

Verantwoordelijkheid
De verschillen tussen artsen zijn hierover zijn groot, het is een grote en verantwoordelijke taak waarin ieder zijn eigen beslissing neemt. Er zijn artsen die het verzoek inwilligen, maar er zijn ook artsen die dat principieel niet doen en vele artsen die beslissingen ertussenin nemen, waarbij de beslissing afhangt van de aanvrager en de situatie. Voor een zorgvuldig uitgevoerde euthanasie zijn de mensen afhankelijk van hun huisarts. Indien er tegengestelde belangen zijn, dus als de huisarts een euthanasie niet kan of wil uitvoeren zijn er mensen die hun toevlucht nemen tot de Levenseinde Kliniek. Dit is niet altijd een wenselijke situatie.

Meer ruimte
Het verrichten van euthanasie is een taak die voornamelijk op het bord van huisartsen ligt. En misschien komt er nog wel meer op hun bord als we het rapport van de commissie Voltooid leven, onder voorzitterschap van Prof. dr. P. Schnabel serieus nemen, die in een van haar aanbevelingen adviseerde om eerst de huisartsen meer ruimte en ondersteuning te geven om euthanasie uit te voeren.

Geestelijke verzorgers en euthanasie
Geestelijk verzorgers zijn opgeleid om mensen te begeleiden bij moeilijke perioden in hun leven. Geestelijk verzorgers zijn er vanuit vele achtergronden: humanisten, protestanten, katholieke, moslims etc. Natuurlijk zijn er een aantal waarin men bezwaar maakt tegen euthanasie, maar er zijn er ook vele m.n. vrijzinnigen en humanisten die weten dat dit voor veel mensen een onderdeel van hun leven uitmaakt en die mensen niet in de steek laten als zij besluiten voor euthanasie te kiezen.

Geestelijke verzorging is verzorging tot het einde, dat hoort bij de opleiding voor geestelijk verzorger. Velen hebben te maken met euthanasie in hun dagelijks werk, zeker zij die werken in verzorgings- en verpleeghuizen. Altijd is dan de verhouding en samenwerking met de huisarts erg belangrijk.

Rollen
Zelf heb ik als vrijzinnig predikant enkele malen een huisarts mogen ondersteunen. Onze rollen waren duidelijk, beide waren we in gesprekken nader tot de beslissing van dit mens gekomen.  Door mijn aanwezigheid werd de huisarts op een bepaalde manier ontlast. Hij kan zich voornamelijk richten op de patiënt. Ik had al met de patiënt gesproken en wist wat er ging gebeuren. Ik kon mijn aandacht richten op de naasten die aanwezig waren en hen begeleiden met een ritueel.

Expertise gebruiken
Het rapport Schnabel pleit voor bredere uitvoering van de euthanasie door de huisarts, zodat de vraag om beëindiging van het leven bij voltooid leven minder wordt. Is dat eerlijk? Leggen we niet een veel te grote klus op het bord van huisartsen? Waarom niet ondersteuning vanuit een logische kant? Mensen die er voor opgeleid zijn, ervaring in hebben en beschikbaar zijn? Is dit niet het werk wat niemand alleen moet doen? Is een samenwerkingsverband van huisarts en geestelijk verzorger of psycholoog dan niet voor de hand liggend? Het zou mooi zijn dat, als mensen zich onbegrepen voelen door hun huisarts, of de vraag voor euthanasie niet duidelijk wordt, er ondersteuning kan plaatsvinden, voor zowel de huisarts als de patiënt, waarbij een goede beslissing kan worden genomen.

Er zijn vele geestelijk verzorgers, die al betrokken zijn bij beslissingen over euthanasie. Laten we van hun ervaring en expertise gebruik maken.

Wies Houweling,
algemeen secretaris Vrijzinnigen Nederland

Meer blogs ..

 

Een heilig vrijzinnig voorwerp?

Bij ons thuis was vroeger de afwas een gezellig moment. Terwijl we wasten en droogden, hadden we fijne gesprekken. De Ikon heeft ook jarenlang een tienerprogramma gehad dat tussen ‘Eten en afwas’ heette. Ik vond het altijd een mooi programma. Een afwaskwast is voor mij een symbool van deze momenten, maar mag ik hem ook heilig noemen?

Heilig voorwerp
Vanuit het internationale vrijzinnige verband die volgende week een conferentie houdt in Nepal heeft gevraagd of iedereen een persoonlijk heilig voorwerp mee wil nemen. Dat kwam behoorlijk bij mij aan. Help, ik heb geen heilig voorwerp! Hoe kunnen ze dan nou vragen. Vrijzinnigen hebben toch geen heilige voorwerpen? Bij vrijzinnigen is alles een beetje heilig of een beetje niet.

Nieuwheilig.nu
Nu is er vorige week een prachtig magazine verschenen over het nieuwe heilig met daarbij een website www.nieuwheilig.nu met veel informatie en nog meer interessante artikelen. Ik hoopte dat dit tijdschrift mij zou helpen met het zoeken naar een nieuw heilig voorwerp. Na verschillende uitspraken waar ik absoluut geen voorwerp bij kon verzinnen stuitte ik op de uitspraak van Janneke Stegeman: “Waar maakt het zogenaamd alledaagse ons sprakeloos? Daar ontstaat ruimte voor nieuwe vormen van heiligheid.”

Afwaskwast
Zou daar een voorwerp bij te verzinnen zijn, zoals de afwaskwast? Een afwaskwast als teken van de wens dat je van schoon wassen houdt. Niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk. Dat je houdt van de gesprekken tijdens het afwassen en van het schoonwassen. Dat je het liefst iedereen wel zou willen schoonwassen, dat je van vuil houdt. Dat het leven nooit schoon is, maar een doorlopend karwei net zoals de afwas?

Wat is u heilig?
Het is iets anders dan het heilige moment van de voetwassing, maar het past meer bij mij. Ik heb wel grote aarzeling om een afwaskwast heilige te noemen. Ik kan alleen niets anders verzinnen, heeft iemand een beter idee?

Wies Houweling
algemeen secretaris Vrijzinnigen Nederland

Meer blogs

 

 

Heilig is iets anders dan goddelijk

Een ongelofelijke verbazing… Als ik aan het heilige denk, dan is dat iets heel menselijks: je staat met je mond vol tanden. Maar het woord ‘heilig’ wordt doorgaans gebruikt als verwijzing naar het goddelijke: naar een andere, hogere, betere wereld, die het schamele bestaan kan verrijken. Het heilige geeft houvast, het staat voor een waarheid die al onze onzekerheden overstijgt, die onwrikbaar is:

‘Dat is voor mij heilig’, zeggen we dan
Het heilige is echter iets anders dan het goddelijke. Het breekt in, verwart en beangstigt, en fascineert tegelijkertijd. Zo heeft Rudolph Otto het een eeuw geleden al gezegd in zijn boek Das Heilige. Sacraal, dat andere woord voor heilig, betekent eigenlijk ‘insnijden’, ‘kerven’. Het komt van het Latijn secere, snijden. Het heilige schokt en doet pijn. Georges Bataille schreef er in 1953 een prachtige tekst over, ‘Het heilige in de twintigste eeuw’. Hij gaat zover het heilige een vorm van geweld te noemen, en dat geweld hoeft helemaal geen letterlijk, lichamelijk geweld te zijn. Het zit, zegt hij, in onze verbeelding, onze dromen, in onze poëzie. ‘Wat de ervaring van het heilige voortstuwt, is de ontzetting. Maar juist dan worden we gegrepen door een soort roes, geestdrift of triomf: iets waarvan het geweld van de poëzie een idee kan geven.’

Dat klinkt behoorlijk heidens, zo’n visie op het heilige. Maar dat is niet zo. We bevinden ons in het hart van de religieuze tradities van onze cultuur. Het christendom zit er vol mee. Dat laat Navid Kermani zien in zijn boek uit 2015: als ik de Duitse titel vertaal, luidt die Ongelofelijke verbazing – over het christendom. In korte hoofdstukjes neemt hij steeds een thema en een beeld als uitgangspunt. De ‘Kruisdraging’ van Botticelli bijvoorbeeld, of Dürers ‘Job op de mestvaalt’. Hij kijkt als moslim naar heel die rijke, rare wereld van het heilige die het christendom heeft voortgebracht. En hij verbaast zich, is van slag, wordt in verlegenheid gebracht, voelt zich aangetrokken, is vol ongeloof. Liefdevernederingkruisdoodofferspellust en uittocht zijn enkele van de woorden die Kermani gebruikt als titels voor zijn hoofdstukjes.

Hij presenteert ons een christendom waarin het heilige centraal staat, niet het goddelijke.

Toch een beetje heil in het heilloze
Daarom is het jammer dat de Nederlandse uitgever die veelzeggende titel veranderde in Goddelijke kunst. Dan ben je alle spanning kwijt. En met de ondertitel verdween ook het christendom. Natuurlijk, wie zit er nu te wachten op dat christendom? Dat is niet meer van deze tijd.

Dat Kermani’s onderzoek naar het heilige juist midden in deze tijd staat, blijkt wel uit het vervolg. Een jaar later komt hij met een boek over vluchtelingen. Hij reist met ze mee, in bussen, vrachtwagens, langs snelwegen door de Balkan, en rapporteert zijn ervaringen. Einbruch der Wirklichkeit noemt hij zijn boek. Mooi gevonden, want in het Duits betekent Einbruch inbreken, maar ook ineenstorten. Ik lees Kermani’s boek over de vluchtelingencrisis als een direct vervolg op zijn boek over het heilige. In beide boeken spat de verbazing, ja de ontzetting van elke bladzijde. En dan wordt het heilige opeens heel concreet:
de vluchteling is de heilige indringer die de Europese werkelijkheid verstoort, verandert.

Ik ervaar Kermani’s boek als een heilige plek waarin je ronddwaalt. Vroeger kon je naar de kathedraal, nu hebben we boeken die de functie van de heilige plaats overnemen. Het werk van Rutger Kopland is voor velen eigenlijk ook zo’n plaats: een wonderlijke wereld waaruit je maar niet wegkomt. Misschien had Bataille gelijk door juist de poëzie te noemen als het over ‘nieuwheilig’ gaat, over het heilige in onze eeuw. De plaats die Kermani inruimt voor het heilige maakt me sprakeloos, vervult me soms met afschuw, maar ontroert en troost me ook. Misschien is dat helemaal geen tegenstelling, en betekent inspiratie altijd dat iets of iemand op je inbreekt. Toch een beetje heil in het heilloze.

Laurens ten Kate

Meer blogs

Omgang in vrijzinnig perspectief

Een jongeman koos als studierichting na het vmbo die van onderwijsassistent. Dat is een mbo niveau 4 opleiding. In die opleiding wordt veel aandacht aan de praktijk geschonken, wat betekent veel stagelopen. Er is groot gebrek aan leerkrachten dus als een stagiaire het goed doet wordt hij al gauw alleen met een klas gelaten. In de lagere groepen heeft de jongeman een limiet gesteld aan de tijd dat hij alleen is met een klas. Vooral jongere kinderen, zegt hij, vliegen soms spontaan in je armen en ik wordt door sommige ouders toch al met de nodige achterdocht bekeken: Wat doet hij hier?

In deze tijd is de omgang met de medemens een probleem aan het worden. Bij een spontane beweging moet je al oppassen, zeker als je niet tot de onderste sporten van de maatschappelijke ladder behoort. Voor je het weet wordt een beweging onder het vergrootglas gelegd. Natuurlijk zijn grensoverschrijdende handelingen die plaatsvinden in het kader van machtsmisbruik uit den boze. Maar de vraag is wanneer en hoe maak je daar een eind aan. Nog goed herinner ik mij een, wat toen nog onderwijzeres heette, op een christelijke lagere school. Een geschiedenis van enige decennia geleden. In het schoolgebouw was een trap. De hoofdonderwijzer speelde het klaar om een gesprek te beginnen met de onderwijzeres als hij onderaan de trap stond en zij, natuurlijk in een rok of jurk gekleed, bovenaan. Toen dat een paar keer was voorgevallen is zij van school veranderd.

Wat neem ik hiervan mee? Grensoverschrijdend gedrag is niet nieuw. Het is vernederend voor wie er mee te maken heeft. Als het voortkomt uit machtsmisbruik en als chantagemiddel wordt gebruikt is het ziekelijk. Ziekelijk is ook grensoverschrijdend gedrag naar kinderen maar niet elke grootvader die zijn kleindochter even op schoot neemt is daar mee bezig. Dat betekent dat je voorzichtig moet zijn met het etiketteren van gedrag. En dat geldt denk ik ook naar de omgang van volwassenen onderling toe. En zeker geldt dat ten aanzien van het in de openbaarheid brengen van gedrag dat als grensoverschrijdend wordt herinnerd.

De huidige trend in de media wat betreft de omgang met elkaar mag niet leiden tot het nalaten van het aanraken van de ander. De Bijbelse geschiedenis leert ons hoe zinvol een aanraking kan zijn. Het is de zingeving van het contact te weten dat een ander mens naast je staat.

Wouter Blokhuis

 

Meer blogs

De Kip Of Het Ei Van De Eenzaamheid

In een tweetal projecten waar ik momenteel bij betrokken ben speelt eenzaamheid een rol. Het is een boeiend en actueel onderwerp dat regelmatig een prominente plaats krijgt in kranten en tijdschriften. Soms betreft het overledenen die door niemand worden gemist. Soms betreft het ouderen die in een tehuis wonen en waar vrijwel niet naar wordt omgekeken of mensen die in een isolement zijn geraakt door taalproblemen. Het zijn mensen die door hun omgeving uit het oog zijn verloren.

Een van onze buurtgenoten is mevrouw R., een actieve dame van midden tachtig die regelmatig de fiets pakt om boodschappen te doen in het winkelcentrum. Ze krijgt bijna dagelijks bezoek van haar kinderen, kleinkinderen, neefjes en nichtjes en laat zich per taxi naar iedere verjaardag brengen. Ze praat graag en veel met voorbijgangers en heeft zo te zien een druk sociaal leven. Toch vertelt ze in ieder gesprek tenminste één keer hoe eenzaam ze zich voelt als ze alleen is in haar huisje. Haar contacten en de aandacht die ze krijgt bieden onvoldoende tegenwicht tegen haar gevoel van eenzaamheid. Terwijl zij absoluut niet ongezien en ongehoord door het leven gaat.

In 1974 verscheen de bestseller ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’ van Robert Pirsig. In het boek maakt een vader, die door een elektroshock behandeling zijn geheugen is kwijtgeraakt, samen met zijn zoon een tocht door Amerika op een motor. Het boek gaat over het onderscheid tussen oppervlakkigheid tegenover de onderliggende werkelijkheid. Het doorbreken van deze oppervlakkigheid noemt Pirsig ‘Kwaliteit’.

Kwaliteit is een belangrijk begrip dat in mijn vakgebied. Het is het verschil tussen falen en succes, tussen gelezen worden of na de eerste regel in de papierbak te belanden. Tussen mensen enthousiast maken en blijven boeien of ze op een kwalijke manier vervelen met saaie woorden en zinnen waar geen eind aan schijnt te komen.

Misschien is ons gevoel van eenzaamheid wel het gevolg van een tekort aan sociale kwaliteit.

Hans Zwiers

Meer blogs

 

Vrijwillig

De telefoon gaat over. Een metalen stem zegt:

‘U bent verbonden met de praktijk van dr. P. De praktijk is tot half twaalf gesloten wegens werkoverleg. Voor spoedgevallen kunt u bellen: …’

Even na half twaalf opnieuw gebeld. De telefoon gaat over. Een metalen stem zegt:

‘U bent verbonden met de praktijk van dr. P. Hier volgt een keuze menu. Voor spoedgevallen toets 1, voor het maken van een afspraak toets 2, voor herhaling of vragen over medicijnen toets 3, voor alle overige vragen toets 4. De hoog bejaarde patiënt zoekt op zijn eigenlijk iets te kleine telefoon nummer 4 en toetst dit in. ‘Al onze medewerkers zijn in gesprek, een ogenblik geduld alstublieft’. Een vreselijk muziekje klinkt …

Dit voorvalletje is uit het leven gegrepen. Zo wordt niet één mens te woord gestaan maar zo wordt haast iedereen te woord gestaan die een instelling belt, al is het zelfs gewoon de praktijk van je eigen huisarts. Natuurlijk moet het allemaal efficiënter. Belangenorganisaties meten de seconden die het neemt om bij een huisartsenpraktijk telefonisch contact te krijgen. Want als het spoed is hangt iemands leven er misschien vanaf. Maar wie weet of zijn probleem spoed is. In de stad bellen mensen al 112 als ze niet direct iemand aan de telefoon krijgen.

Vroeger waren zaken natuurlijk niet beter. De zorgverzekeraar was niet de machtige bureaucratische mastodont van tegenwoordig. Kwaliteitsprotocollen bestonden nog niet. Doktersassistentes mochten niet zelfstandig verrichtingen als een bloeddrukmeting doen. De telefoon werd bewaakt door de doktersvrouw die net als haar man de praktijk op haar duimpje kende. Wie opbelde kreeg haar vertrouwde stem aan de lijn.

Vooral ouderen missen het menselijk contact. Zij hebben niets met iemand die als eerste vraagt: ‘Wat is uw geboortedatum?’

Recentelijk sprak ik met een jonge knaap die vertelde dat hij vrijwilligerswerk deed. Op zondag is hij vrijwilliger op de spoedeisende hulp van een groot ziekenhuis. ‘Wat doe je dan?’ vroeg ik. ‘De mensen die binnenkomen zijn gespannen. Ik wijs ze de weg, maar vooral luister ik naar ze. Het is ongelooflijk wat mensen aan een jonge knaap als ik vertellen.’

Onnodig te zeggen dat deze jonge vrijwilliger zingeving vond in zijn activiteit. In deze tijd zijn er honderdduizenden mensen die vrijwilligerswerk doen. Misschien wel de ultieme mogelijkheid om de huidige, op zijn individualiteit gestelde mens te laten merken dat hij toch tot een groter geheel behoort.

Vrijwilligers … in den menschen een welbehagen.

Wouter B. Blokhuis

Meer blogs

Liever een strijdbare Jezus met Kerst dan een kwetsbare baby in de kribbe

Ik heb nog altijd de ansichtkaart van ‘the angry Christ of Negros’ op mijn prikbord aan de muur hangen. Een ansichtkaart uit de Filipijnen met de afbeelding van een boos kijkende Jezus. Deze kaart kreeg ik in de jaren negentig toegestuurd van een vriendin. Het is een kaart met een boos kijkende man met een opgeheven vinger, gemaakt en verzonden vanuit het eiland Negros. De vissers daar waren boos op de grote Japanse schepen die hun zeeën leegvisten, Jezus was hun held tegen de vijand. Deze kaart was een verrassing voor mij toen, zo’n afbeelding van Jezus kende ik niet. Nog steeds zijn deze afbeeldingen schaars in vergelijking met alle kindjes in de kribben met kerst of alle dode lijken aan het kruis in de lijdenstijd.

Ook zijn de meeste andere plaatjes en afbeeldingen van Jezus ‘zoet’ of droevig. In ieder geval vaak een lieve baby of een knappe man met baard en bruine ogen. En vooral ook helemaal seksloos. Het is een kunst op zichzelf om mannen zo seksloos af te beelden.

Deze tijd van het jaar overheerst in onze christelijke samenleving het beeld van het zwakke kwetsbare kind Jezus. Het symbool van het licht dat de duisternis overwint, de kleine vlam die blijft branden. Vaak uitgelegd als het verhaal van de hoop dat het zwakkere goede een lange adem heeft en het grote kwaad zal overwinnen. Een mooi en troostend beeld, maar maakt dat mensen niet veel te afwachtend? Waar is de woede om de misstanden in de wereld? Waar is de ‘Handen uit de mouwen’ traditie? Steeds verder verzinkt onze kerst viering in vrede en lief zijn voor elkaar, gezellig met de familie. Het is wel de enige keer in het jaar dat er miljoenen Nederlanders om een kribbe met het kerstkind staan. Wat voor christelijk beeld laten wij dan zien?

Natuurlijk was hij zwak en klein als kind, maar als je de rest van de verhalen leest, was de persoon Jezus in de verhalen die overgeleverd zijn wel zo zwak en lief en pastoraal? Eigenlijk helemaal niet. Hij riep op tot wereldverbetering. Liet zijn stem horen en werd door velen gehoord en aanvaard als leider. Een leider en leraar die het onrecht aanwees en mensen in beweging zette.

Natuurlijk is zorg en liefde een belangrijke taak voor gelovigen, en niet alleen voor elkaar als broeders en zusters. Maar in plaats van zorg heeft deze tijd niet meer dan ooit leiders nodig? Duidelijke stemmen tegen het neoliberalisme, voor een duurzame samenleving, voor betere zorg?

Op de tentoonstelling in de Nieuwe kerk in Amsterdam wordt het verhaal verteld van drie grote leiders en inspirators van bevrijdingsbewegingen: Mandela, Gandhi en Martin Luther King. Een prachtige tentoonstelling, met veel inspirerende filmbeelden en verhalen van ooggetuigen. De tentoonstelling heeft maar drie voorwerpen: de fiets van Gandhi, een boek dat Mandela in de gevangenis las en een geschreven preek van ds. Martin Luther King.

Is het niet eens beter in deze kerstdagen in plaats van stil te staan bij de kwetsbaarheid van het kind, stil te staan bij de potentie die er in mensen en kleine kinderen ligt, nl een groot mens te zijn en een potentiële leider?

In elk kwetsbaar kind schuilt in potentie een groot persoon, een nieuwe leider. Daarmee bedoel ik niet een nieuwe bekende Nederlander of een politiek strateeg, maar iemand die mensen kan inspireren en aanzetten tot het goede. Iemand die mensen in beweging zet voor een betere wereld, met hoop voor velen.

Waarom niet naast alle kribbes ook het verhaal van mensen die zich inzetten voor een betere wereld, voor elkaar, voor hoop? Het zal een schok zijn als mensen een kaart van een boze Jezus ontvangen met Kerst in plaats een kribbekind. Wel moeten we weer heel wat uitleggen, maar dat brengt wel een interessant gesprek op gang!

Wies Houweling
algemeen secretaris Vrijzinnigen Nederland

Meer blogs

Weet jij wat je wilt?

Vragen

“Wil je koffie of thee?” Een simpele vraag, waar de meeste mensen direct een antwoord op weten. Soms weten we heel goed wat we willen, vaak ook niet. Op welke partij ga je stemmen? Ga je wel of niet solliciteren op die baan? Over grote beslissingen in het leven, rond relaties, het kopen van een huis, de keuze van een opleiding of werk, wordt vaak gezegd dat je op je gevoel moet afgaan. Maar hoe weet je wat je wilt? Wat speelt er zich allemaal af, voordat iemand zegt ‘ja, ik wil’, ‘ik kies hiervoor’? Hoe vrij zijn we in wat we uiteindelijk kiezen? En wat houdt ‘de wil van het volk’ precies in?

Willen

Willen is een essentieel menselijk vermogen. Wij zijn vaten vol gevoelens, gedachten, wensen en verlangens: over onszelf en hoe het leven eruit zou moeten zien. Gevormd door onze opvoeding, cultuur en directe (leef)omstandigheden. De wil is nodig om in actie te komen, om een daadwerkelijke keuze te maken. De wil is wat aanzet tot handelen, wat richting geeft aan ons leven.

Beïnvloeden

Onze wil kan beïnvloed worden door veel dingen. Primitieve gevoelens, uit ons reptielenbrein: ‘dit voelt niet goed’ – bedreiging. Als je mensen filmpjes laat zien waarin thema’s als dood en geweld aan de orde komen, blijken ze direct daarna harder te oordelen en conservatievere opvattingen te hebben. Bedenk maar wat dat betekent, als bange mensen het stemhokje ingaan. Maar om je wil te sturen kun je ook je verstand inzetten: rationeel alle voors en tegens op een rij zetten en er met anderen over in gesprek gaan. Een time-out, innerlijk afstand nemen helpt om te ontdekken wat je echt wilt. Het is goed om rustig te kijken naar wat je voelt en waar die gevoelens mee te maken hebben.

Intuïties

‘Intuïtie’ – heel duidelijk weten wat je op een bepaald moment wilt, welke keuze je gaat maken, in het stemhokje of in je leven – is vaak het resultaat van een onbewust proces. Daarin worden tegelijkertijd je bewuste denken, je gevoelens en je ervaringen gewogen. Het is niet eenvoudig de juiste keuzes te maken. Zeker als het niet zo duidelijk is wat je moet kiezen, in onzekere situaties. En soms moet je kiezen uit twee kwaden, uit opties waar allerlei nadelen aanzitten. ‘Weten wat je wilt’ vraagt zowel om denkwerk als om voelwerk, om afstand nemen, in gesprek gaan en regelmatig onderhoud.

Hetty Zock

Meer blogs

De Kunst van Het Echte Luisteren

Praten kunnen we vrijwel allemaal, maar kunnen we ook luisteren? Het is een vraag waar ik als communicatieadviseur vrijwel dagelijks mee wordt geconfronteerd. Een tekst bedenken waarin de informatie op een mooie manier wordt gepresenteerd is één ding, er voor zorgen dat de inhoud ook overkomt is een heel ander ding.

Als in het voorjaar in het bos vlak bij ons huis de vogels luidkeels piepen, zingen, kwetteren en krassen communiceert de hele natuur. Bloemen in wit, geel en paars lokken insecten, bomen komen in fris groene kleuren tot leven en in de heldere beek zijn vissen naarstig op zoek naar een partner. Voor mij is de lente het mooiste jaargetijde. Kleuren, geuren, geluiden. Communicatiemiddelen die de natuur helpen zich weer te vernieuwen. Bruisend van leven, sprankelend, uitbundig. En dat helpt. Nesten vullen zich met eitjes en insecten vliegen zoemend rond de bloemen.

Aan de andere kant van onze wijk is het winkelcentrum. Vernieuwd, modern en uitnodigend. In het midden bevond zich een ronde bank die vaak wordt bevolkt door mannen als hun echtgenoten zich laven aan de nieuwste collectie van een modezaak. Ook dat is voor mij een inspirerende plek. Om me heen wordt gepraat over voetbal, een mislukte medische ingreep, de overlast van de buren, hoe duur alles is geworden en de het gedrag van jongeren die de gladde vloer gebruiken als ideale ondergrond voor hun rollerskates. Saaie monologen waar, zo te zien, niemand echt naar luistert.

Het verschil met de geluiden in het lentebos is enorm. Onoverbrugbaar. In het bos wordt echt geluisterd. En daarom gebeurt daar zoveel. De gesprekken in het winkelcentrum hebben veel weg van tijdverdrijf, praten bij gebrek aan beter, het verdrijven van de stilte.

Een aantal weken geleden kwam een jonge collega vol enthousiasme terug van een stilteweek in een klooster. Moderne kantoren hebben ruimtes waar medewerkers in stilte kunnen ontspannen en treinen hebben stiltecoupés. Alleen als we stil zijn kunnen we luisteren, echt en met aandacht luisteren. Gelukkig komt de winter er aan, de ideale luistertijd.

Hans Zwiers

Hans Zwiers is secretaris van Vrijzinnigen Oost-Twente en stelt zich voor in het november nummer van Vrije Ruimte

Meer blogs