toekomst Vrijzinnigen Nederland

Heeft Vrijzinnigen Nederland nog een toekomst?

Het is al zo jaren onze vereniging het moeilijk heeft. Zo moeilijk dat de vraag rijst wanneer en niet eens meer of, haar einde daar is. Nu zie je inderdaad dat een groot aantal afdelingen er al zeer slecht voorstaat. Door vergrijzing en nauwelijks enige aanwas zakt het ledental dramatisch. Het leidt tot steeds minder inkomsten en vaak een te kort aan bestuursleden. Toch zijn er ook nog enige afdelingen die het hoofd boven water houden. En kleine afdelingen weten door bepaalde activiteiten te organiseren belangstellenden van buiten aan te trekken. Maar die belangstellenden worden meestal geen lid, maar komen slechts naar activiteiten die hen boeien, maar zijn wel bereid daarvoor te betalen.

Een sterkte-zwakte analyse

Je ziet als sterkte dat de leden van afdelingen vaak een hechte band met elkaar vormen. Een positief element is ook de onderlinge tolerantie. Men respecteert het feit dat men onderling zeer verschillende opvattingen koestert.

Een zwakte vormt de omstandigheid dat een meerderheid vasthoudt aan een vrijzinnig protestantisme uit het verleden. De godsdienstsocioloog Prof. Dr. P. Smits schreef in 1989 al een boekje over de impasse waarin het vrijzinnig protestantisme verkeert. Het is overigens opmerkelijk dat de vrijzinnige theoloog prof. Dr. H. Oort in 1916 in een rede voor een bijeenkomst van moderne theologen betoogde dat de orthodoxie in wezen achterhaald is, maar dat ook het historisch christendom een vergankelijk verschijnsel is. Dat historische christendom is het vrijzinnig protestantisme.

Maar dan spreekt Oort vervolgens zijn verwachting uit dat het ideële christendom zijn verwezenlijking zal vinden. En dat is in feite een soort religieus humanisme. Het is nu de zwakte dat een meerderheid binnen onze vereniging nog steeds aan het vrijzinnig protestantisme blijft vasthouden. Men hecht sterk aan kerkdiensten met allerlei traditionele liturgische vormen. Zo verbaas ik mij altijd weer over de in gebruik zijnde liedbundels vol godsbeelden die totaal niet meer passen bij een modern levensbesef, dat mede gevormd wordt door hetgeen de wetenschappen ons leren.

Uiteraard begrijp ik dat veel ouderen hechten aan wat hen dierbaar is en dat zij vrezen dat verandering alleen maar verlies oplevert. Maar men kan zich ook voorstellen dat jongeren zich niet aangesproken weten door die oude vormen en inhouden van onze diensten. Bovendien zullen tweeverdieners met kinderen eraan hechten de zondag met elkaar door te brengen i.p.v. naar een dienst te gaan.

toekomst vrijzinnigen nederland

Hoe nu verder?

Het is begrijpelijk dat men in de verschillende afdelingen allereerst probeert zo lang mogelijk “te overleven”. Besturen doen op een geweldige manier hun best te voldoen aan de wensen van de leden van hun afdeling. Die leden hechten meestal zeer aan de hun vertrouwde diensten.

Om echter kosten te besparen houdt men vaak minder diensten en nodigt men gastsprekers uit die niet te ver weg wonen. Ook tracht men via samenwerking met andere afdelingen en/of geestverwante groepen kosten te drukken. Naast diensten probeert men allerlei activiteiten te organiseren zoals lezingen, cursussen en kunstzinnige uitingen, zoals concerten en tentoonstellingen enz. enz. om belangstellenden van buiten te trekken. Dat laatste lukt wel, maar weinig buitenstaanders worden lid. Dat betekent dus dat de teruggang van het ledenaantal zich voortzet. Onvermijdelijk zal men dan ook de vraag moeten stellen: hoe denken we over de toekomst? Als men aanneemt dat inderdaad het vrijzinnig protestantisme een voorbijgaan verschijnsel is, is het einde van onze vereniging in de bestaande vorm onvermijdelijk.

Wat dan?

Ik noem een paar opties. Hoe moeilijk ook te aanvaarden, men kan op een bepaald ogenblik alleen maar concluderen dat men de vereniging moet opheffen. Trekken aan een dood paard is zinloos. Veel van ons gedachtegoed vindt men ook elders. En aan doublures heeft niemand wat.

Een andere optie zou kunnen zijn: doorgaan in een heel andere vorm. Wellicht zou men de vereniging kunnen omvormen in een centrum, of een forum voor vrijzinnige bezinning. Dan moet men niet langer denken aan vrijzinnige religiositeit alleen maar aan vrijzinnig denken op allerlei levensterreinen, zoals de maatschappij, de politiek, de medische ethiek, filosofie enz. enz. De vereniging tot de religieuze dimensie van het bestaan wordt dan doorbroken en een veel bredere doelgroep kan worden bereikt.

Dat dit een hele omslag betekent is voor mij duidelijk. Maar alleen zo zou onze vereniging weer een betekenis kunnen krijgen in onze snel veranderende maatschappij en wellicht jonge generaties kunnen boeien.

We zullen moeten begrijpen dat het de jongere generaties zijn die de toekomst hebben. Zij zullen ook de vernieuwing van onze vereniging moeten dragen. De Modernen uit de periode 1850 – 1875 durfden radicale vragen te stellen, dat gaf het Modernisme zijn elan. We hebben behoefte aan eenzelfde moed om radicaal te denken.

Rob Nepveu, lid Vrijzinnige zeven en godsdienstfenomenoloog en adviseur van afdeling Naarden.

Meer

De kwetsbaarheid van vrijzinnigheid (Blog)
De kwetsbaarheid van vrijzinnigheid (Pagina)
Help! Ik ben religieus humanist (Blog)

Verbeelding in de wereld, verbeelding in de klas

Cultuur, levensbeschouwing en religie in een neoliberale samenleving

Pitch voor de conferentie, Operatie Schone Lei, VDLG 9 maart 2017 door Laurens ten Kate

Sinds de paarse kabinetten van de jaren ‘90 van de vorige eeuw is er volgens velen een neoliberale wending opgetreden in de politiek van de westerse wereld. Sommigen spreken zelfs over een neoliberale revolutie, anderen wijzen erop dat deze verandering haar wortels al heeft in de bezuinigingspolitiek van de jaren 80, waarvan het Thatcherisme in Engeland het meest radicale voorbeeld is.

Hoe dit ook zij, de verzorgingsstaat wordt teruggedrongen, en de overheid ziet haar eigen rol steeds minimaler. Ze trekt zich terug uit de publieke sector, die meer en meer wordt toevertrouwd aan de markt.

Wel, die markt heeft natuurlijk veel welvaart gebracht, zij het lang niet aan iedere burger. In elk geval is het aantrekkelijke aan een marktlogica dat er mogelijkheden voor elk individu geschapen worden om succesvol te worden.

Nu, in 2017, verheffen zich meer en meer stemmen die de grenzen van deze wending naar neoliberalisme aanwijzen: mijn collega aan de Universiteit voor Humanistiek hier in Utrecht, de sociaal-wetenschapper Evelien Tonkens, of politicus Jesse Klaver in zijn boek van een paar jaar geleden, De mythe van het economisme, of filosoof en voormalig ‘denker des vaderlands’ Hans Achterhuis in zijn wat langer geleden verschenen boek De utopie van de vrije markt, zij allen betwisten de vanzelfsprekendheid van de harmonie tussen een leefbare samenleving en vermarkting. De markt creëert winnaars en verliezers, hij staat of valt met competitie; het is echter de vraag, stellen deze critici, of bijvoorbeeld de zorgsector, het onderwijs of de wetenschap wel gebaat zijn bij competitie.

Kern

Dat brengt me bij de kern van deze pitch. Een neoliberale wereld confronteert degenen in de samenleving die werkzaam zijn op het terrein van levensbeschouwing, religie, cultuur en kunst met een overheidsbeleid dat de dimensie van het levensbeschouwelijke en van het ‘geestelijke’ juist zo veel mogelijk buiten de publieke sector wil weren. Theologen, filosofen, andere geesteswetenschappers op de universiteiten – ik hoor daar ook toe – merken dat maar al te zeer. Maar ook schrijvers en kunstenaars, en leraren levensbeschouwing en godsdienst voelen deze ontwikkeling aan den lijve.

Cultuur, kunst, religie, levensbeschouwing, het zijn voor een neoliberale politiek zaken die eerder tot de privésfeer behoren. Ze worden gereduceerd tot persoonlijke keuzes van individuen, die voor het maatschappelijk leven niet relevant zijn. Maatschappelijk gezien zijn we allen ondernemers van ons eigen bestaan, en zijn we in principe ook allemaal gelijk. Onderscheidingen tussen levensbeschouwelijke en culturele tradities zijn dan uiteindelijk slechts hinderlijk: het zijn ouderwetse hindernissen voor de vrije communicatie op de vrije markt. En áls je dan zo nodig aan religie en levensbeschouwing, aan cultuur wilt doen, zorg dan zelf dat er een ‘markt’ voor is! Daar gaat de overheid niet over.

Traditie

De verregaande vermarkting van het maatschappelijk zet de betekenis van religie en levensbeschouwing, of anders gezegd, van tradities waaruit mensen putten, dus onder druk. Tradities waarin mensen wortelen en die ze tegelijkertijd transformeren, herscheppen. Die bijzondere dynamiek verdwijnt in een neoliberale wereld uit beeld, terwijl hij juist zo wezenlijk is voor de complexe, globaliserende wereld waarin we leven. Mensen zijn zinzoekers, de zin van het leven is niet meer een gegeven dat ons van buiten – door God, de kerk, de ideologie, de zuil etc. – wordt aangereikt. We moeten die zin zelf scheppen, verbeelden, telkens opnieuw en anders. Dat kunnen we alleen maar door te vertrekken van wat aan ons is overgeleverd (traditie betekent letterlijk overlevering, doorgeven), om dat vervolgens te herformuleren, te herscheppen.

Dat spel met de zin van ons leven kan alleen maar slagen als de culturele en levensbeschouwelijke bagage die we mee hebben gekregen – van onze ouders, van een inspirerende docent, van ons eerste vriendje, van die reis door Zuid-Amerika – als die bagage haar plaats krijgt in de publieke ruimte. Als dat niet meer gebeurt, dan is het gevolg ontworteling, zoals de Franse socioloog Olivier Roy messcherp heeft geanalyseerd. De neoliberale privatisering van cultuur leidt wat hij een ‘heilige onwetendheid’ noemt, die je tegenwoordig tegenkomt bij radicaliserende moslimjongeren, die zomaar hun eigen hotchpotch van Korancitaten samenstellen om er hun jihad mee te rechtvaardigen. Deze jongeren, stelt Roy, vechten tegen de westerse wereld, maar ze zijn er tegelijkertijd het product van: het product van de neoliberale verwaarlozing van cultuur. Ik vind dat een boeiende, maar ook schokkende stelling.

Religie, levensbeschouwing, cultuur, het zijn complexe werelden van beelden, verhalen, rituelen, van claims omtrent zin en onzin van het leven, werelden waarover we niet zomaar beschikken als of het producten zijn die we kopen; het zijn werelden waarin we tijdelijk wonen, die ons tegelijkertijd vertrouwd en vreemd zijn. Op onze facebookpagina’s creëren we zulke tijdelijke wereldjes van zin, om ze te delen met vrienden of met de wereld. De games die we spelen werken vaak op dezelfde wijze.

Onze levensbeschouwelijke en religieuze achtergrond, de manier waarop die doorwerkt in onze taal en gewoonten, we verwonderen ons er dikwijls over. Misschien is dat wel een goede definitie van religie en levensbeschouwing: dat aan ons wat we het minst kennen, dat aan ons waardoor we gevoed worden en waarover we ons tegelijk verwonderen. Misschien is dat wat de christelijke theoloog Tertullianus al in de derde eeuw van onze jaartelling bedoelde, toen hij het geloof als iets vreemds, ja iets ‘absurds’ afschilderde: ‘Credo quia absurdum’, ik geloof omdat het absurd is…

Verbeelding

Dan gaat het over onze verbeeldingskracht, en wel over de manier waarop we ons die grote, veel te grote wereld verbeelden. Verbeelding betekent: ergens voor even een beetje grip op krijgen. Maar dat speelt in het groot en in het klein: de klas is ook een wereld. Een wereld van tijdelijke verbindingen, die vaak spontaan ontstaan tussen leerlingen: vriendschappen, bondjes, gemeenschappelijke woorden, je op een bepaalde manier kleden, gedeelde passies, gedeelde popsongs, etc. Misschien is de klas wel precies dát: een wereld in het klein, een wereld met haar zin en onzin, die leerlingen zelf scheppen en herscheppen, met elkaar, ieder vanuit een eigen achtergrond, vanuit die bagage waarover ik het net had. Maar dat betekent: misschien is de klas wel veel minder een verzameling van individuen dan we denken.

Misschien leren we de kinderen wel veel te veel om om te gaan met verschillen, met ieders ‘eigenheid’, zoals het dan heet: jij bent moslim, jij bent ongelovig, ieder mag zijn eigen waarheid hebben. De klas is volgens mij meer dan een optelsom van eigenheden aan wie we moeten leren om het met elkaar uit te houden, om ‘vreedzame school’ te zijn, zoals het bekende en populaire programma voor sociale competentie en conflictbeheersing op basisscholen heet. Gaan we voor verschillen, of gaan we voor verbinding? Gaan we voor individualisering? Dat zou nog steeds binnen een neoliberaal discours passen. Of gaan we voor een in de wereld staan die we samen bouwen?

Ik weet het niet, ik ben hier nog aan het zoeken, samen met collega’s, in een project dat we als Universiteit voor Humanistiek samen met de Marnix Academie Utrecht en de IPABO Amsterdam aan het uitvoeren zijn. ‘De wereld scheppen in de klas’ is de naam van dat programma. Je zult er nog meer van horen.

Tot slot

Tot slot. Docenten levensbeschouwing en godsdienst, haken in op de spanning tussen vreemdheid en vertrouwdheid die eigen is aan religie en levensbeschouwing, en proberen mensen weerbaar te maken in het vinden van een balans tussen beide.

Dat is een zeer belangrijke maatschappelijke taak, en mag nooit worden geprivatiseerd of vermarkt. Ik roep de Nederlandse overheid ook en juist na de verkiezingen van 15 maart op om structureel en diepgaand te investeren in die taak. En dat betekent: veel minder markt, minder rendementsdenken, minder meet- en controlemechanismen in het onderwijs, en meer, veel meer aandacht voor wat onmetelijk belangrijk is: de levensvragen van jonge mensen.

 

 

operatie schone lei

Operatie schone lei

Donderdag 9 maart om 9.30 uur
Vergadercentrum Domstad, Utrecht

Een lei is een dunbladig donkergrijs gesteente. Vroeger gebruikte men ook in het onderwijs een lei om op te schrijven. De lei kon steeds opnieuw worden schoongemaakt en herschreven. Vandaar ook de uitdrukking ‘een schone lei’: verder gaan zonder de tekortkomingen van vroeger te laten meewegen.

Transitie

Op sommige scholen lijkt de lei vervangen te zijn door een moderne variant: de – eveneens donkergrijze – elektronische tablet. Maar dat is een verandering aan de oppervlakte van de lei. Een schone lei impliceert ook de bereidheid om te kijken of we niet allerlei zaken waar we trots op zijn ook achter ons laten. De héle lei wordt immers gewist en niet alleen de ‘fouten’. Tegelijkertijd lijkt de lei op een dieper niveau gegrift te worden met alles wat ooit op het gesteente is geschreven.

Niet alleen het levensbeschouwelijke onderwijs, maar het onderwijs in het algemeen verkeert in een transitie. In feite is dat dus een crisis en wel in de zin van een beslissende wending. Opnieuw is de lei gewist en staat het onderwijs voor de uitdaging – lees: operatie! – om in de lei te griffen.

10 Minuten pitch

We vroegen een zevental sprekers, waaronder Laurens ten Kate, hoe zij de lei opnieuw zouden vullen voor het vak godsdienst levensbeschouwing. Welke letters en tekens zouden zij in de lei kerven? Waarin en waarover zou iedere tiener in Nederland levensbeschouwelijk geschoold moeten worden? Iedere spreker houdt hierover een 10Minute-pitch.

De aanwezige docenten levensbeschouwing en godsdienst horen aan, stellen vragen én gaan actief met elkaar en de pitchers in gesprek.

Meer informatie en aanmelding

Inschrijven operatie schone lei

Genade

Verbeelding in een vrijzinnige tijd. Over zinzoekers en zinmakers

Op 8 en 9 april 2017 is er in het Landgoedhotel Woodbrooke in Barchem een weekend met als thema: Verbeelding in een vrijzinnige tijd. Over zinzoekers en zinmakers.  De inleider en uitdieper van dit thema is Laurens ten Kate.

Programma

Dit weekend omvat drie dagdelen. We beginnen op zaterdagochtend  om 11.00 uur en eindigen op zondagmiddag na de lunch. Er is veel ruimte voor interactie. Voor wie zich vooraf wil verdiepen in het thema, wordt het boek van de inleider met de titel De vreemde vrijheid. Nieuwe betekenissen van vrijzinnigheid en humanisme in de 21ste eeuw aanbevolen.
Uw gastheer is Dirk Somsen.

Laurens ten Kate

Laurens ten Kate is verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek.Vanaf 2015 bekleedt hij daar tevens de bijzondere leerstoel Vrijzinnige Religiositeit en Humanisme. Hij ziet vrijzinnigheid niet alleen als een houding, maar ook al een conditie waarin velen delen: de ‘vrijzinnige conditie’ van onze laatmoderne wereld. Maar daarmee is vrijzinnigheid ook een kernwaarde van onze cultuur. Het is een levenshouding die niet uitgaat van vaststaande waarheden en gekenmerkt wordt door openheid, dialoog en gevoel voor pluralisme.

Kosten  en aanmelding

De kosten bedragen bij overnachting in een eenvoudige kamer in een slaaphuisje 145 euro en in een hotelkamer 170 euro. Voor leden van de Vereniging Woodbrookers Barchem geldt een korting van 10 procent.

Aanmelden: masondorp@solcon.nl of 0341-353717
Informatie: Dirk Somsen, 0527-201916

Terug naar leerstoel vrijzinnige religiositeit en humanisme

 

De vreemde vrijheid

Lezing Het kwaad tussen zijn en gezien worden

Foucault’s kritiek van de panoptische maatschappij

In zijn befaamde studie Discipline, toezicht en straf (1975) ontwikkelde Michel Foucault zijn theorie van het panopticon: een radicaal transparante ruimte waarin volledige controle en disciplinering mogelijk worden. Waarheid wordt hier het synoniem van zichtbaarheid en grijpbaarheid.

Panopticon

Aanvankelijk verbindt hij deze panoptische situatie met de moderne gevangenissen, zoals deze in de 19de eeuw opkomen. Maar spoedig laat Foucault zien dat het panopticon een karakteristiek wordt van de moderne maatschappij. In zijn latere werk over ‘bio-macht’ en ‘vrijmoedig spreken’ onderzoekt hij de vraag of er niet andere visies op en ervaringen van  waarheid zijn, die weerstand bieden tegen het panopticon.

Recht op geheim

Daarvoor gaat Foucault ook terug naar een van zijn eerste inspiraties: het werk van Nietzsche en van Bataille. We ontdekken dat voor Foucault waarheid evengoed te maken heeft met het recht op geheim, waarmee een andere wereld wordt geopend dan die van de totale transparantie – een wereld die ons in de buurt brengt van de religie.

Laurens ten Kate neemt ons mee door Foucaults werk en laat zien hoe het panopticon een sleutel is tot zijn denken.

Meer informatie

Datum: 9 maart 2017
Tijd: 16.00 – 17.30 uur
Locatie: Auditorium KABK, Prinsessegracht 4, Den Haag
www.studiumgeneralekabk.nl

 

Genade

Lezing De vreemde vrijheid

In vergelijking met de jaren vijftig van de twintigste eeuw is een groot deel van de Europeanen vrijer dan ooit. We glimlachen om de bekrompenheid van toen. Maar: volstaat de vrijheid die het einde van de ideologieën van toen ons heeft gebracht? Is er niet dringend behoefte aan een andere vrijheid? En wat is er “vrij” aan vrijzinnigheid?

Meer informatie

Datum: 7 maart 2017
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur
Locatie: Berkenweg, hoek Ludenlaan, Doorn
www.ludenkapel.nl

oerboek

Het Oerboek: Zoeken naar de weg terug

Zeven drukken zijn er al van verschenen en in februari komt nog een gebonden uitgave uit: Het Oerboek van de mens. De evolutie en de Bijbel. Het boek van de Nederlandse evolutiebioloog Carel van Schaik en de Duitse historicus Kai Michel is met recht een bestseller te noemen. Zeventienduizend exemplaren zijn er tot nu toe van verkocht. Bij het verschijnen, bijna een jaar geleden, roerden vooral evolutiebiologen zich, daarna volgden de theologen.

Waar gaat het boek over? We hebben die vraag in het tijdschrift Ruimte gesteld aan Carel van Schaik zelf. In het blad is het interview sterk ingekort. Hieronder volgt de volledige tekst.

Carel van Schaik
1. Hoe komen een evolutiebioloog en een historicus ertoe om een boek als de Bijbel te lezen vanuit evolutionair perspectief?

Uiteindelijk was het nieuwsgierigheid. Als je als evolutiebioloog de bijbel opslaat en in Genesis begint, kun je het gevoel van déjà-vu niet onderdrukken. Er staat zelfs letterlijk dat de mensen na de verdrijving uit het paradijs moeten ploeteren in de aarde. Nu we uit de archeologie weten hoe moeilijk het leven was voor de vroege landbouwers, is het te begrijpen dat men de overgang als straf heeft gezien—ook al wist vermoedelijk niemand meer wat dat paradijs eigenlijk was.

Dus besloten Kai Michel en ik de bijbel te lezen als oerboek van de mens: een soort dagboek waarin men opschreef wat allemaal mis was en men probeerde oplossingen te formuleren. Als historicus bracht Kai uit een ander perspectief mee, en zo konden we ons wederzijds aanvullen en corrigeren. Uit deze dialoog over het rijke materiaal van de bijbel is dit boek ontstaan.

2. Kunnen jullie kort uitleggen wat dat evolutionaire perspectief heeft opgeleverd voor jullie lezing van de Bijbel?

Ongeveer 12.000 jaar geleden begonnen de eerste mensen op vaste plaatsen te gaan wonen, in plaats van nomadisch te jagen en verzamelen, en even later begonnen ze hun eigen voedsel te produceren. Zo’n radicale gedragsverandering heeft nog nooit een biologische doorgemaakt, zeker niet in zo’n korte tijd. Met de nieuw levensstijl kwamen allerhand nieuwe problemen, die men moest oplossen. De bijbel is de catalogus van de nieuwe problemen (Genesis), en de rest van de Thora presenteert de oplossingen die de mensen hadden bedacht.

Het hoofdmotief is dus ‘mismatch’—het niet biologisch aangepast zijn aan de nieuwe omstandigheden, waardoor men culturele oplossingen moest ontwikkelen. Met de voedselproductie kwam het eigendom, dat men moest verdedigen, en dus het patriarchaat en een nieuwe rol van de vrouw. Ook ontstonden nieuwe ziekten, die maar zo een groot deel van het volk konden uitvagen, en werd men gevoelig voor natuurrampen. Geleidelijk aan ontstond er ook een grotere sociale ongelijkheid, hetgeen tot onderdrukking en slavernij voerde. Men had het gevoel dat de oude solidariteit in de samenleving verdwenen was. Toen steden opkwamen werd het allemaal nog veel erger: steden waren verzamelbekkens voor ziektes uit alle windstreken, mensen verstonden elkaar niet, er was anonimiteit, en er waren potentaten aan de macht die het volk uitpersten en willekeurig onderdrukten. Alles was anders geworden, en aanvankelijk zeker niet beter (al was het aantal mensen veel groter geworden), en men vroeg zich af, waaraan men dat verdient had.

Wat zij toen misschien niet meer wisten, maar wij wel, was dat het daarvoor inderdaad heel anders was. Uit etnologisch onderzoek aan de nomadische en gesettelde jager-verzamelaars, zorgvuldig kwantitatief onderzoek aan nu nog zo levende volken, en uit de archeologie komt een helder beeld naar voren. Men leefde in relatief kleine gemeenschappen, verbonden met anderen met dezelfde taal en zeden. En men hielp elkaar waar nodig—en dat was vaak. Er waren geen hiërarchieën, weinig of geen bezit, en vrouwen hadden economisch en seksueel een zekere autonomie.
Kortom, we kunnen in de bijbel nalezen hoe men probeerde de mismatch op te heffen, door regels te bedenken die ons weer terug zouden brengen naar een samenleving die meer bij de menselijke natuur paste, zoals die zich over 2 miljoen jaar ontwikkeld had.

3. Wat zegt jullie lezing van de Bijbel over jullie kijk op religie?

Wat men nu religie noemt en wat men er toentertijd onder verstond is hoogstwaarschijnlijk nauwelijks te vergelijken. De eerste boeken van de bijbel laten zich als een wetenschappelijke verhandeling lezen. Men sloot aan op het van nature gegeven ‘animistische’ perspectief, waarin de hele natuur bezield is. De unieke draai die de oude Israëlieten eraan gegeven hadden (ten tijde van de ballingschap), was dat er maar een God was. Zo kon men dus voorspellen wat deze God beviel en wat niet, en wat men moest doen om te voorkomen dat er weer nieuwe rampen gestuurd werden.

Geleidelijk aan werd dit beeld bijgesteld, en in de latere boeken van het OT, mede onder invloed van buitenlandse invloeden, verandert dit beeld van God, en in het vroege christendom komen er dan nog weer andere veranderingen bij. Zo ontstond dan mettertijd het beeld van God en zijn hemelse entourage zoals we dat nu kennen.

En ook in dit proces zien we de hand van de menselijke natuur, want een deel van de bijstelling gaat terug op de wrijving tussen wat mensen graag doen en wat de nieuwe religie-regels voorschreven. In de Thora, bij voorbeeld, moeten zieken geïsoleerd worden. Dat mocht bij de toenmalig stand van de medische kennis een goede overlevingsstrategie geweest zijn, het druist wel in tegen de natuurlijke reactie van mensen tegenover zieke verwanten en vrienden: we willen ze helpen en verzorgen. Later wordt die regel dus verlaten: het succes van het christendom laat zich ten dele terugvoeren op het feit dat christenen vonden dat je anderen in nood moest helpen.

Het begon dus allemaal heel rationeel, als culturele catastrofen-bestrijding. De schrijvers in de ballingschap waren een koele analytische elite, die hun visie met veel elan doorgezet hebben (hoewel het volk er niet altijd even hard aan wou). Maar om verschillende  redenen, begonnen andere behoeftes te ontstaan en belangrijker te worden, zodat we bij Psalmen etc. een andere opvatting over God vinden en ook een andere functie in de religie. Komen we dan bij het NT is dat nog veel sterker het geval. Dus van handleiding tot overleving naar inspiratie en zingeving.

4. Laten we inzoomen op een praktisch voorbeeld en beginnen bij het begin: Genesis of oorsprong. Daar is door tal van theologen, psychologen en archeologen al van alles over gezegd. Wat is volgens jullie de oorsprong, de evolutionaire achtergrond van het paradijsverhaal van Genesis 2?

De achtergrond van Genesis is de verbazing in een wereld te moeten leven waarvoor we helemaal niet gemaakt waren. Dat blijft heel bijzonder: in de eerste pagina’s van de bijbel zien we al precies die problemen die ontstonden nadat we voedselproducenten geworden waren. Het ongelofelijke is dat zelfs details kloppen. Neem de moeite bij het kinderen baren. De literatuur over jager-verzamelaars laat zien dat die geen grote problemen hebben. De vroege landbouwers begonnen die wel te krijgen, en de bijbel praat erover—geformuleerd als straf (zoals zo vaak bij een verandering), en in dit geval om de vrouwen eraan te herinneren dat zij zich zonder morren in hun nieuwe rol moeten passen.

De inhoud van de scheppingsverhalen uit die tijd is dus een combinatie van vroege antwoorden op de grote vragen waarmee we ook nu nog worstelen, en van de mismatch problemen doe het gevolg waren van landbouw en veeteelt. Men hoeft zich de ware geschiedenis niet te herinneren om te weten waar de schoen wringt: meestal zegt ons gevoel het ons.

5. Wat zegt dit verhaal over God (of het godsbeeld van de schrijvers van Genesis)?

De kern van Genesis zijn de catastrofen: verdrijving uit het paradijs, broedermoord, zondvloed, de zondigheid van steden, de hoogmoed der despoten (torens), de consequenties van het patriarchaat. En die ellende is allemaal straf van God, omdat we niet correct geleefd hadden. We hebben hier dus met een zeer rationale God te maken, die strikt logisch handelt op basis van een set duidelijke preferenties. Dit basisidee wordt in de rest van de Thora uitgewerkt tot 613 geboden en verboden.

6. Jullie zeggen ergens dat Genesis de diagnose is van de maatschappelijke problemen die voortvloeien uit de overgang van een jager-verzamelaarscultuur naar een landbouwcultuur. Kun je zeggen dat de paradijsverhalen en de verhalen die er uit voortvloeien ook een verlangen uitdrukken naar een terugkeer naar dat paradise lost? Hoe lezen jullie dit verlangen in evolutionair perspectief? Is dat perspectief ook te hanteren bij latere niet-Bijbelse utopieën, die ook een terugkeer willen zijn naar het paradijs?

Echt paradijselijk zal het leven op aarde wel nooit geweest zijn. Toch, ook al was hun leven hard, die vroegere jager-verzamelaars waren in elk geval goed aangepast. Maar als je tussen de ellende van de bronstijd zat in een klein landje vermalen tussen de grootmachten van de dag en met ziektes en armoe en toenemende sociale ongelijkheid – allemaal verschijnselen die intuïtief verkeerd aanvoelden – is het niet zo gek dat men zich afvroeg of het altijd zo geweest was, en of er vroeger niet een tijd was waarin al die ellende niet was. Die mismatch ervaring leidt tot verhalen, waarvan die het beste beklijven die dat gevoel het beste weerspiegelen.

De niet-Bijbelse utopieën hebben veel element gemeenschappelijk met de bijbel, en dat is niet verwonderlijk omdat de kern altijd weer de menselijke natuur is (die natuurlijk flexibel is maar een biologische kern bevat die zich niet zo eenvoudig ter zijde schuiven laat).

7. Wat maakt juist de Bijbel tot Oerboek? Kun je bijvoorbeeld de Veda’s of Latijns-Amerikaanse ‘heilige schriften’ ook vanuit evolutionair perspectief lezen? Zal dat beeld sterk afwijken van wat de Bijbel laat zien, verwachten jullie?

Je zou ook die andere boeken uit diezelfde tijd vanuit dit perspectief kunnen lezen. Grote goden zijn na de bronstijd met het ontstaan van gewelddadige rijken overal opgesprongen. De consequenties zullen overal iets anders geweest zijn. We mogen bij voorbeeld aannemen dat ernstige nieuwe ziektes niet overal met dezelfde verwoestende kracht ontstaan zijn, en dat kan zijn weerslag op het geloof gehad hebben. Maar wat de bijbel uniek maakt is de combinatie van twee factoren. Ten eerste, de reeds genoemde aanname van de ene God, waardoor de deliberaties die men in het dagboek dat de bijbel is, maakte, tot preciezere analyses voerde. En ten tweede, de mogelijkheid om kritiek uit te oefenen op wereldse heersers en een schets te maken van de samenleving zoals men die zich wenste.

8. Wat voor reacties krijgen jullie uit de boek van evolutionaire biologie en antropologie?

De meeste reacties zijn zeer positief. De evolutiebiologen waren er snel bij, de theologen komen nu (zie volgende vraag). We wilden natuurlijk een boek schrijven dat paste in wat we intussen weten en daarop voortbouwt. Interessant zijn de negatieve reacties van verscheidene historici, die niet geloven dat er zoiets is als een menselijke natuur of zelfs dat het mogelijk is zich een gefundeerd beeld te vormen van hoe mensen leefden voordat ze schriftelijke bronnen produceerden.

Maar boven alles krijgen we veel reacties van ‘gewone’ lezers, die de frisse kijk op de bijbel zeer waarderen en het gevoel hebben dat dingen nu veel beter op hun plaats vallen.

9. Vanuit de theologie is het enigszins stil gebleven. Is dat jullie ervaring ook?

Dat was inderdaad zo, maar intussen blijkt dat theologen gewoon iets langer nadenken voordat ze iets zeggen. We hebben op de Nederlandse uitgave een aantal voorzichtig positieve reacties van theologische zijde mogen ontvangen, en vooral ook tal van aanwijzingen dat men zich serieus met het boek bezighoudt. Zij prijzen onze zorgvuldige omgang met de kennis van de theologie en de Bijbelwetenschap. In zeker zin is ons boek reclame voor de Bijbelwetenschap: we zeggen dat de bijbel eigenlijk een heel spannend boek is om te lezen omdat het ons zoveel over de menselijke natuur verraadt. Op de Duitse versie zijn er intussen ook een aantal zeer positieve reacties van theologische zijde gekomen.

De grote uitzondering is Amerika, waar we nog geen enkele theologische reactie hebben mogen begroeten, en waar het boek praktisch genegeerd wordt, terwijl het in Nederland en Duitsland juist veel besproken wordt.

10. Jullie hopen te laten zien dat wat in de Bijbel staat niet voor altijd (letterlijk) waar is. Dat zullen veel vrijzinnigen met u eens zijn. Wat willen jullie dat vrijzinnigen in ieder geval daarnaast nog meenemen uit jullie boek, behalve dat de Bijbel zoals jullie schrijven ‘een verdomd goed boek’ is?

Misschien is het belangrijkste dat mensen kunnen beseffen dat zij niet individueel vreemd zijn of iets niet begrijpen, maar dat we als mensheid collectief het gevoel van bevreemding hebben omdat we nog steeds enigszins leven in een wereld waarvoor we niet gemaakt zijn.  Het geloof probeert ons die wereld weer terug te brengen. We zoeken allemaal geborgenheid en sociale zekerheid, en voelen ons beroerd als we het gevoel krijgen dat we in de steek gelaten worden. En met de toenemende ongelijkheid en heterogeniteit van de samenleving worden die gevoelens alleen maar sterker.

Vrijzinnigen kunnen net alleen blij zijn dat hun buikgevoelens juist waren, maar als vrijzinnigen zich bovendien bevrijden van de plaatsen waar de bijbel niet de eeuwige waarden reflecteerde maar die van de toenmalig elite: het patriarchaat. Dus geen slavernij meer, geen onderdrukking van de vrouwen, echt terug naar onze eerste natuur.

11. Jullie beschrijven hoe mensen in Bijbelse tijden hun religieuze talent inzetten om het hoofd te bieden aan maatschappelijke problemen. Vandaag de dag lijken we dat talent, in ieder geval in het Westen wat te verliezen. De wetenschap en de kunsten lijken die rol te hebben overgenomen. Zien jullie, de evolutionaire lijn doortrekkend, überhaupt nog een rol voor religie of spiritualiteit bij het omgaan met maatschappelijke problemen die voortvloeien uit de sprong die we ooit hebben gemaakt naar de landbouw?

De institutionele religie ontstond als een soort proto-wetenschap, en heeft zichzelf in zekere zin overbodig gemaakt door de wetenschap te baren. Maar de andere kant van de religie, vooral afgedekt door wat we de intuïtieve religie noemen, blijft attractief voor de meerderheid der mensen. Veel mensen hebben spirituele behoeftes, willen weten wat de zin van het leven is, en zoeken een rechtvaardiging voor hun intuïtie dat we in een meer zorgzame en rechtvaardige wereld willen leven. De moderne wereldreligies helpen veel mensen daarbij.

12. Wanneer zijn we eigenlijk ‘klaar’ met problemen die voortvloeien uit die landbouwevolutie? In uw boek komt de jager-verzamelaarstijd naar voren als een paradijs: we hebben als mensen 2 miljoen jaar geleefd als jagers en verzamelaars. Die leefwijze zit helemaal in onze genen. Landbouw bedrijven we nog maar 12.000 jaar en de culturele aanpassingen die dat vereist, hebben we nog niet (volledig) eigen gemaakt. Rollen we nog 1,98 miljoen jaar van het ene probleem in het andere?

Nu vraagt u naar de maakbaarheid van de samenleving. Wij zijn geen social engineers, en we laten het graag aan anderen over deze ideeën verder uit te werken. Het enige wat we met enige zekerheid kunnen zeggen is dat voorstellen die niet aansluiten op de menselijke natuur niet duurzaam zijn. Mensen voelen zich nog steeds het beste thuis in een samenleving die lijkt op die van de jager-verzamelaars, met solidariteit, geborgenheid en rechtvaardigheid. Communisme was in zekere zin een poging tot reconstructie, maar werkte niet op de grote schaal. Ongebreideld kapitalisme bleek ook niet zo’n succes, zoals we nu beginnen te merken. We zijn net zo benieuwd als uw lezers wat de toekomst ons zal brengen!

Aries van Meeteren

Genade

De verbeelde God, de beeldende mens

De vrijzinnige hoogleraar Laurens ten Kate geeft bij de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Hilversum De Kapel een cursus met als thema ‘De verbeelde God, de beeldende mens: vier denkers uit de 20ste eeuw over religie en humanisme’.

Vier denkers

In vier lezingen neemt Ten Kate u mee en verdiepen we ons in vier denkers, die over de spanningen en verbindingen tussen een geloof in de mens en een geloof in God, nieuwe inzichten ontwikkelden. Alle vier zijn het ook persoonlijkheden die zich hebben geëngageerd met de grote sociale en politieke problemen van hun eeuw.

Hun vraag is telkens dezelfde: betekent de dood van God als symbool voor de moderne secularisering dat de wereld leefbaarder wordt? Of zijn we juist toe aan een ‘dood van de mens’? In de beelden die mensen zich van Goden van zichzelf scheppen vinden we sporen van een antwoord.

Thema’s

26 januari 2017: Karl Barth en de nacht van de wereld
9 februari 2017: Emmanuel Levinas en de nomadische ethiek
16 maart 2017: Muhammad Fadlallah en de goddelijke dialoog
30 maart 2017: Ernst Bloch, Jürgen Moltmann: ‘In het begin schiep God de hoop’

Meer informatie en aanmelding

Aanmelden: hv.gooialmere@upcmail.nl of  035 624 58 01,
Betaling: € 40 (leden VGH en HV),€  50 (niet-leden, storten op bankrekening   nl 31 trio 0198 3781 57
t.n.v. Humanistisch Verbond ’t Gooi, Naarden,  vermelding van ‘Lezing Ten Kate’.
Data: donderdag 26 januari, 9 februari, 16 en 30 maart 2017
Tijd: 20.00 uur – 22.00 uur
Plaats: De Kapel, ‘s-Gravelandseweg 144, 1217 GA Hilversum

Het is ook mogelijk om één avond bij te wonen

(Terug naar) leerstoel vrijzinnige religiositeit en humanisme

LEERGANG ‘Geloven in de (post) moderne samenleving’

Komend voorjaar organiseert DEZINNEN, katholiek netwerk inspiratie en dialoog,  onder bovenstaande titel een leergang van 8 colleges op het scherpst van de snede over secularisatie en religie. Een leergang waarin 8 vooraanstaande filosofen en theologen je bijpraten over de actuele stand van zaken in het denken over religie en verfrissende nieuwe perspectieven op religie aanreiken. Laurens ten Kate is een van hen.

Informatie en aanmelden

De leergang vindt plaats op zaterdag en wordt ’s ochtends aangeboden in Den Haag (Christus Triumfatorkerk, Juliana van Stolberglaan 154) en ’s middags in Utrecht (Dominicuskerk, Palestrinastraat 1).

De leergang start op zaterdag 28 januari 2017. Inschrijven via: info@dezinnen.nl

Folder: Geloven in een postmoderne samenleving

(Terug naar) leerstoel vrijzinnige religiositeit en humanisme

nietzsche

Het spel van de wereld – Nietzsches Zarathoestra en de toekomst van de vrijzinnigheid

Nietzsches beroemdste boek, Aldus sprak Zarathoestra, begint met een hymne. Daarin bezingt hij drie gestalten van de mens: de kameel, de leeuw en het kind. Alleen de mens als kind is volgens de auteur in staat om met zijn spel de wereld te scheppen, in te richten en leefbaar te maken. Maar hoe doet de mens dat dan? Moeten we allen weer terug naar onze kindertijd? Of moeten we Nietzsches hymne eerder lezen als een spannende visie op wat ‘wereld’ eigenlijk betekent – een vroege visie op globalisering?

Stelling

In gesprek met Nietzsche en andere denkers die op hun manier in zijn spoor traden (Arendt, Nancy en Sloterdijk) zal Laurens ten Kate de stelling uitwerken dat Nietzsches doordenking van het kind dat we zijn nieuw licht werpt op de vrijzinnigheid in de 21ste eeuw.

Meer informatie

Datum en tijd: 5 februari 2017, 11-12 uur
Spreker: Laurens ten Kate
Muziek: Sara Crombach, piano
Toegangsprijs: 7,50
Locatie: Gebouw Splendor, Nieuwe Uilenburgerstraat 116, Amsterdam
Toegangskaarten via de Ticketshop

(terug) Naar leerstoel vrijzinnige religiositeit en humanisme