Vrijzinnigheid als eindeloze identiteitscrisis

Tom-Eric Krijger (1987), docent Nederlandse godsdienstgeschiedenis aan de faculteit der geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden, bestudeerde in zijn lijvige werk ‘A Second Reformation? Liberal Protestantism in Dutch Religious Social and Political Life, 1870-1940’ de vrijzinnigheid in de periode tussen 1870 en 1940. Hij promoveerde 16 maart 2017 op deze studie aan de Groninger universiteit.

Lees verder…

Tweede Reformatie

Ze wilden een tweede Reformatie veroorzaken maar belandden al snel in de marge van het christendom. Promovendus Tom-Eric Krijger en Wies Houweling van Vrijzinnigen Nederland over de vrijzinnig-protestanten. ‘Hun identiteit is een werkdocument.’

Lees verder…

workshop vrijzinnigheid

Workshop: Wat kan vrijzinnigheid in deze wereld betekenen?

Op zondag 2 april a.s. van 15.00-17.00 uur is er in het Bezielend Inspiratie Centrum (BIC) aan de Noorderwal 17  te Lochem een workshop over het vrijzinnig gedachtegoed. Workshopleiders zijn Wies Houweling en Paul Rasor.

 Eigen gelijk?

Fundamentalisme, orthodoxie en je opsluiten in ‘het eigen gelijk’ lijken aan terrein te winnen. Wat kan vrijzinnigheid in deze situatie betekenen? Want de vrijzinnigheid gaat juist niet uit van vastgelegde waarheden en het eigen gelijk, maar groeit in gesprekken en blijft zich zo steeds ontwikkelen. Ook de vrijzinnige theologie is ontstaan in gesprekken – met elkaar en met andersdenkenden. En zij blijft zich ontwikkelen – door gesprekken én in de praktijk.  In deze workshop willen we met elkaar spreken over de rol van de vrijzinnigheid in een wereld die zich steeds meer terugtrekt op zekerheden.

Over de inleiders

Geloven zonder zekerheidPaul Rasor studeerde muziek, rechten en theologie. Hij promoveerde aan de Harvard University en doceerde op verschillende plaatsen in de VS en Europa. Van 2015-2017 doceert hij aan de Rijksuniversiteit van Groningen. Hij publiceerde zit jaar het boek ‘Geloof zonder zekerheid. Vrijzinnige theologie in de 21e eeuw.’

Vrijzinnigen Wies HouwelingWies Houweling is algemeen secretaris van Vrijzinnigen Nederland. Zij was predikant en zat onder meer in het bestuur van de Wereldraad van Kerken, Ikon, Kerk en Vrede en het Bijbels museum. Zij is coördinator van het Vrijzinnig Universiteit Netwerk, waarin vrijzinnige en humanistische hoogleraren van elkaar ontmoeten.

Meer informatie en aanmelden

info@bc-lochem.nl

 

 

 

 

 

Expertmeeting voltooid leven

Expertmeeting ‘Voltooid leven’

Op woensdag 5 april organiseert De Linker Wang, de religiewerkgroep van GroenLinks, een expertmeeting over ‘Voltooid Leven’. Sprekers zijn in ieder geval:

  • Linda Voortman (Tweede Kamerlid namens GroenLinks)
  • Els van Wijngaarden (universitair docent Universiteit voor Humanistiek)
  • Sandrina Sangers, (beleidsadviseur bij Agora)
  • Bouchaib Saadane, voorzitter NOOM (Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten).

Dagvoorzitter is Wies Houweling, algemeen secretaris Vrijzinnigen Nederland en lid van de vrijzinnige zeven.

Expertmeeting

Een expertmeeting is een bijeenkomst met verschillende ‘experts’ (instellingen, organisaties of individuen) om deskundig commentaar, ideeën en informatie te verkrijgen over een onderwerp. Een expertmeeting bij het ontwikkelen van nieuw beleid levert naast veel informatie ook commitment en partnerschap op.

Meer informatie en aanmelden

Woensdag 5 april om 19.30 uur
Oudegracht 312 in Utrecht
Aanmelden is verplicht kan tot 29 maart bij Pieter van Abshoven: administratie@linkerwang.nl.
www.linkerwang.nl

 

 

wat bezielt je

Tweede spreekwedstrijd voor vrouwen: ‘Wat bezielt je?’

Deze wedstrijd is bedoeld voor vrouwen, jong en oud. Schrijf een pakkend betoog over wat jou bezielt. Waar word jij warm van, voor wat loop jij je benen uit je lijf, waar gaat jouw hart sneller van kloppen? Je kan je bijdrage van maximaal 1000 woorden voor 1 juni aanstaande mailen aan bureau@vrijzinnigen.nl.

Bezieling

Vrouwen hebben immers een verhaal te vertellen over wat hen bezielt. Denk bijvoorbeeld aan Malala Yousafzai (nobelprijswinnaar), Mpho Tutu (predikante en dochter van bisschop Tutu), Hildegard von Bingen (mysticus), Etty Hillesum (Auschwitz’ slachtoffer), Anne Zernike (eerste vrouwelijke predikante) en nog vele anderen.

Ze inspireren andere vrouwen met hun verhaal. Toen en Nu. Toch komen vrouwen in de media en politiek nog steeds te weinig aan het woord. Daarom organiseren wij voor de tweede keer deze spreekwedstrijd om vrouwen meer stem te geven.

spreekwedstrijd

Jury

De jury met onder ander Lisette Thooft (winnares 2014) en Janneke Stegeman (Theologe des Vaderlands) kiezen de vijf beste finalisten die hun verhaal mogen houden op zondag 25 juni 2017 in Paradiso in Amsterdam. Dat is de plek waar vrouwen voor het eerst het woord namen op de kansel van de toenmalige Vrije Gemeente Amsterdam.
Stuur je verhaal in en/of kom luisteren naar bezieling!

Geloven zonder zekerheid

Recensie Geloof zonder zekerheid

Door Bert van Altena, predikant in Vries en Assen

De Amerikaanse theoloog Paul Rasor is momenteel als fellow verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Rasor is een Unitarist, een in Noord-Amerika gerenommeerde vrijzinnige kerk.  In 2005 schreef hij een overzicht van ontwikkelingen in de vrijzinnige theologie, dat nu in Nederlandse vertaling is verschenen. Christa Anbeek, hoogleraar remonstrantse theologie, begroet het boek in haar voorwoord met bekende vrijzinnige metaforiek – ‘een gevarieerde bloementuin wordt zichtbaar, met een hoopvolle kleurenpracht’ – maar de vraag is of degene die op zoek is naar vrijzinnige theologie in ons land met dit boek veel verder wordt geholpen.

Verenigde Staten

Rasor richt zich namelijk vooral op de vrijzinnige theologie in zijn thuisland de Verenigde Staten. Natuurlijk zijn er relaties met de vrijzinnige traditie in Europa – met name Schleiermacher komt een aantal malen voorbij – maar toch is de situatie aan weerszijden van de oceaan verschillend.
In Amerika zijn ze geloviger dan bij ons, en dat geldt ook voor de Amerikaanse vrijzinnigen. Veel van wat Rasor vrijzinnig noemt, is gemeengoed onder hedendaagse gelovigen bij ons, die even goed ‘open staan voor wetenschappelijke inzichten en hun geloof beleven in relatie met de moderne cultuur’, maar die zich niet snel ‘vrijzinnig’ zullen noemen. In Amerika spreekt men van ‘liberal theology’ en dat kun je niet zomaar omzetten in liberale theologie zonder betekenisverschuiving.

Gemeenschappelijke kenmerken

Ondanks dit bezwaar is het overzicht dat Rasor geeft op bepaalde punten verhelderend. Want bij alle verschil hebben vrijzinnigen hier en overzee een aantal kenmerken gemeen. Het meest typerende voor de vrijzinnige theologie is de nadruk op de ratio en op het zelfstandig nadenken en oordelen in zaken van het geloof. Een vrijzinnig iemand weigert zich de les te laten lezen; hij of zij is uiterst kritisch tegenover iedere vorm van autoriteit en schept behagen in zijn vermogen om aan alles te twijfelen, inclusief uiteraard het bestaan van God. Als je het allemaal niet zeker weet, hoor je er bij de vrijzinnigen helemaal bij. Wie wel eens vrijzinnigen in het wild ontmoet – de soort is steeds zeldzamer – krijgt de indruk dat vrijzinnig zijn er vooral uit bestaat te verklaren wat je allemaal niet meer gelooft. Geloof zonder zekerheid, noemt Rasor het, waarbij hij er overigens aan toevoegt dat dit niet betekent ‘geloof zonder overtuiging’. Zal een Nederlandse vrijzinnige dat laatste ook zeggen?

Nieuwe ontwikkelingen

Na een inleidend hoofdstuk over de bronnen van de vrijzinnige theologie, besteedt Rasor aandacht aan enkele nieuwe ontwikkelingen. Met name de kritiek die er door postmoderne denkers is geformuleerd op de waarheidsclaim van het rationalisme en op de centrale positie van het subject, raakt de klassieke vrijzinnigheid in de flank. Het is tekenend dat Rasor niet goed raad lijkt te weten met deze kritiek. Hij komt niet veel verder dan “de indruk dat de weg waarop zij (de deconstructieve theologieën) zich bevinden uiteindelijk nergens toe leidt” (p. 115). Het is opmerkelijk dat een originele theoloog als John Caputo in het overzicht van Rasor volledig ontbreekt.

Bevrijdingstheologie

Waar hij wel veel van verwacht is de correctie die de bevrijdingstheologie de vrijzinnigheid kan bieden. Het is ietwat verrassend de bevrijdingstheologie, die vooral in de jaren 80 en 90 furore maakte, hier in deze rol opgevoerd te zien worden. Rasor erkent dat de vrijzinnigheid een blinde vlek heeft voor haar eigen geprivilegieerde positie. Er is weliswaar in Amerika een nauwe relatie tussen liberal theology en de zogenaamde social gospel-beweging. Maar die laatste wordt vooral gekenmerkt door een typisch Amerikaanse nadruk op liefdadigheid en verheffing van het individu. Bevrijdingstheologen hebben juist oog voor structurele mechanismen die armoede, onderdrukking en racisme –  aan racisme wijdt Rasor een apart hoofdstuk –  in de hand werken. Daarnaast werken bevrijdingstheologen enthousiast met en vanuit de Bijbel, die ze gewend zijn partijdig te lezen. Dat is vaak heel anders dan de geserreerde afstandelijkheid waarmee de rationalistische vrijzinnige met de Bijbel omgaat (hij zou vuile handen kunnen krijgen…).

Eigen autonomie

Andere belangrijke zwakke punten van de vrijzinnigheid in Rasor’s weergave zijn een tekort aan spiritualiteit en een gebrekkige gevoel voor traditie en gemeenschap. De westerse vrijzinnigheid koestert de individuele autonomie en is huiverig voor groepsdwang. Maar geloven hou je niet vol in je eentje, als je niet gedragen wordt door een gemeenschap en een gedeelde traditie. Vrijzinnigheid dreigt aan het individualisme ten onder te gaan. Men is meer beducht om het behoud van de eigen autonomie dan om een geloofwaardig christelijk getuigenis.
Daarnaast ontbreekt het vrijzinnigen aan “een echte theologie van het kwaad” (p. 221) – een rake opmerking van Rasor, waardoor men vaak te soft is op maatschappelijk onrecht en onderdrukking.

Rasor spaart zijn eigen achterban niet. Hij is beter in het blootleggen van de tekortkomingen dan in het bieden van oplossingen, maar dat is misschien ook niet zijn ambitie. Benieuwd of zijn Nederlandse bewonderaars daar wel ideeën over hebben.

Paul Rasor, Geloof zonder zekerheid. Vrijzinnige theologie in de 21e eeuw, Skandalon Vught, 248 pag., €21,95

Meer informatie

www.bertaltena.com

 

 

Vrijzinnig Utopia

Vrijzinnig Utopia, de ideale wereld dichterbij

Utopia is een niet bestaande, ideale wereld. Het is de wereld van de toekomstdromen en staat voor de zoektocht naar de zingeving van ons bestaan. Deze zoektocht is van alle tijden. Al in de 16e eeuw gebruikte Thomas Moore het woord ‘utopia’.

De communicatiecampagne, die zes weken duurt, wordt op een moderne manier vormgegeven via sociale media, blogs en vlogs op onze website.

Vrijzinnig gedachtegoed

Centraal in de campagne staan inspirerende mensen die vertellen over hun hoop, dromen en verlangens en over de manier waarop zij die ietsje dichterbij hebben gebracht. Zij maken in korte verhalen, filmpjes en essays mensen deelgenoot van hun eigen zoektocht.

Met deze campagne hopen wij het vrijzinnig gedachtegoed duidelijker dan voorheen voor het voetlicht te brengen als tegenwicht voor belangenpolitiek en uitsluiting. Wij zullen u regelmatig op de hoogte stellen van onze activiteiten de komende tijd.

Meer informatie

Vrijzinnig Utopia
De vrijzinnige levensschool

 

jongeren

Zet kerkdeur wagenwijd open voor jongeren

Door: Tanja van Hummel
Bron: www.nieuwwij.nl

Loop op een zondagochtend een kerk binnen en je ziet grijze koppen. Je ziet lege plekken. En wat je niet ziet zijn dertigers, twintigers en tieners. “Hoe krijgen we ze binnen?” vragen kerkgemeenten zich af. “Begin met een andere vraag”, zegt Alfard Menninga, adviseur jeugd bij de Protestantse Kerk Amsterdam. “Heb je jongeren echt op je netvlies staan? Beschouw je jonge mensen ook als mensen?” Pas als je de relatie met jongeren hebt opgebouwd, kun je de deur van het kerkgebouw zo ver open zetten dat ze over de drempel durven te stappen. Zet die deur wagenwijd open.

Studentenkerk

“Dat ik in het jeugdwerk terecht kwam, is eigenlijk toeval. Als puber had ik de deur van mijn kerkgemeente dicht gesmeten. Toch besloot ik theologie te gaan studeren. Ik vond dat je als student theologie naar de kerk hoort te gaan. Wel een stap nadat ik de deur had dichtgeslagen. Naar welke kerk? In het studentenblad stonden een paar ‘studentvriendelijke’ kerken. Ik besloot naar één van die kerken te gaan.

Het was puur toeval, maar ik stapte niet in mijn eentje de drempel van die kerk over. Ik schoof alleen in een bank en werd door de persoon naast me gegroet. Na afloop raakte ik met iemand in gesprek, die me hielp vrijwilliger voor de kerstmusical te worden. Ik houd van toneel en wilde graag meehelpen met die musical, maar hoe dat aan te pakken? Wat was ik blij dat iemand me hielp de juiste persoon aan te spreken.

Dit deed me beseffen hoe belangrijk het is om in een gemeente broeders en zusters van elkaar te zijn, om als familie of als vriendengroep te zijn. Maar de relatie die zij met mij, een buitenstaander, legden, is minstens zo belangrijk. Zij hebben voor mij de deur zover opengezet dat ik de drempel over durfde te stappen.

Met die kerstmusical begon mijn carrière binnen het kerkelijk jeugdwerk. Ik heb eerst in het uitvoerende werk gezeten, maar schoof al snel aan bij beleidsprocessen. Zo kwam ik in de adviserende functie terecht.

Jongeren op hun netvlies

Als kerken me vragen hoe ze jongeren in hun kerk kunnen krijgen, is mijn eerste vraag altijd of zij jongeren wel echt op hun netvlies hebben. Beschouwen ze jongeren als een aparte categorie binnen de kerk of zien ze alle mensen binnen de gemeenschap als één groep? Op wie richten ze zich in de kerkdienst? Is de preek alleen toegankelijk voor ouderen, of zegt die preek jongeren ook wat? Weten ze wat jongeren bezighoudt?

Dit zijn lastige vragen, zeker als kerken vergrijzen. Er zijn nauwelijks tot geen jongeren. Ze zullen een  bewuste stap naar de jongeren moeten zetten. Ze moeten hen in beeld hebben en met hen in contact komen. Als ze weten wie de jongeren zijn, kunnen ze een relatie met hen opbouwen.

Ik houd me vooral met de kerk in de stad bezig, met de kerk in een geseculariseerde omgeving. Maar deze vragen zijn net zo goed relevant voor kerken op de Bible Belt. In kerken waar nog veel jongeren komen, hebben ze jongeren ook niet altijd in beeld. Jongeren zijn daar een vanzelfsprekendheid. Daar schuilt het gevaar. Jongeren hebben hun eigen clubje, hun eigen viering, maar wat is de band met de gemeente? Welke hand reiken de gemeenteleden naar de jongeren? Hoe kunnen jongeren aansluiten en overstappen naar de gemeente? Zolang er geen relatie is tussen jongeren en de gemeente, drijven jongeren af en keren ze de kerk uiteindelijk de rug toe.

Jongeren

Discussie

De gewetensvraag die ik kerken stel, is: ‘Hoe belangrijk vinden jullie jongeren?’ ‘Heel belangrijk’, zeggen ze vaak. Maar beseffen ze de reikwijdte van hun antwoord? Beseffen ze dat dit gevolgen kan hebben voor de inhoud van de preek, voor de opbouw van de dienst? Beseffen ze dat dit betekent dat ze tijd en energie moeten investeren in het opbouwen van de relatie met de jongeren?

Na de discussie die dan losbarst, kan een gemeente concluderen dat ze een ouderen-gemeente is. Prima als ze deze conclusie trekken na er goed over nagedacht te hebben. Maar als ze besluiten inderdaad te kiezen voor jongeren, dan gaan we het traject in van een relatie opbouwen met de jongeren. Dan stuur ik ze bijvoorbeeld op pad om minstens één jongere aan te spreken en te vragen wat die jongere bezighoudt.

Inwijden

Die relatie is essentieel. Pas als er een relatie is tussen de jongeren en een persoon van de kerk én die persoon een relatie heeft met het hogere, dan is er een kans dat de jongeren ontvankelijk worden voor het geloof. Een voorbeeld om dit verder te verduidelijken: ik dronk mijn eerste glas pas op mijn 22ste. Een oom van mij en mijn favoriete leraar dronken niet en zij waren de leukste mensen op feestjes. Zo leerde ik dat feesten zonder alcohol leuk kan zijn, zelfs leuker dan met alcohol. En dat deed mij besluiten niet te drinken. Zo kan ook een gelovig persoon die daar open over praat, een voorbeeld zijn voor jongeren die op zoek zijn naar iets tussen hemel en aarde.

Inwijden in de gemeenschap is de volgende stap. Dit kan door te helpen bij de crèche of het koffie schenken, maar ook door met ze de liturgie te bespreken. De jongeren snappen dan beter wat er gebeurt waardoor ze zich meer verbonden voelen.

Zelf gaan proberen, experimenteren, hoort ook bij het inwijdingsproces. Kleine kinderen leren praten door al brabbelend uit losse klanken woorden te vormen. Zo gaat de inwijding in geloven ook: al proberend en zoekend ontdekken we wat geloof voor ons is. Tieners hebben hiervoor duidelijke voorbeelden nodig, net zoals een kind pas leert praten als je duidelijk, in korte zinnen en met echte woorden tegen hem praat. Het meest duidelijke voorbeeld, de meest krasse uitspraak is: “God bestaat.” Maar ook “ik twijfel, maar ik hoop vanuit het diepst van mijn hart dat hij bestaat, ik kan niet anders.” is een uitspraak waar tieners wat mee kunnen, mits je die twijfel én hoop in je hart voelt. Een zo’n voorbeeld is echter niet genoeg. Bovendien werkt het pas als je een relatie met hen hebt en recht vanuit je hart spreekt. Pas dan kun je een voorbeeld voor hen zijn.

Ruimte

Ruimte krijgen om eigen vormen van vieren te ontdekken hoort er eveneens bij. Met kinderen van 8 tot 10 jaar oud, voerde een kerk ‘de kerk is stom’-gesprekken. De kinderen zeiden: ‘De kerk is stom want alleen die persoon in een jurk is aan het woord.’ ‘De kerk is stom want we moeten de hele tijd stil zitten.’ Toen besloten ze samen dat de kinderen met een microfoon door de kerk mochten lopen en mensen tijdens de dienst mochten vragen: ‘Wat raakt je in het verhaal van vandaag?’ De kinderen leverden een bijdrage aan de dienst, kregen direct antwoord op hun vragen en kwamen in contact met de andere gemeenteleden.

Jongeren kunnen heel veel als de deur voor hen open staat. Maar dan moeten we die deur wel open zetten. We denken dit te doen, maar het kleine kiertje is niet genoeg: we moeten de kerkdeur wagenwijd open zetten.”

Tanja van Hummel is filosoof en werkt o.a. voor het Dominicaans Studiecentrum voor Theologie en Samenleving

Geloven zonder zekerheid

Recensie Geloof zonder zekerheid

In Trouw verscheen een recensie over het boek ‘Geloof zonder zekerheid’ van Paul Rasor. Volgens de recensent, Sjoerd Muller, geeft Rasor een helder historisch overzicht van het vrijzinnig protestantisme en de bredere vrijzinnigheid. Daarbij wijst hij eerlijk op serieuze kwetsbaarheden van deze traditie.

De hele recensie kunt u hier lezen: recensie Paul Rasor Geloof zonder zekerheid Trouw 8 febr 2017 (pdf)

Bron: Trouw

Vrouwensynode 2017: Do you care?!

Op 25 en 26 maart 2017 houdt de Oecumenische Vrouwensynode haar 7e Vrouwensynode in het WestCord hotel te Delft. Belangstellenden zijn van harte welkom!

Thema

Tijdens het Synodeweekend, komen we bij elkaar, vrouwen uit allerlei hoeken van het land en daarbuiten, rondom het thema ‘Do you care?! Voor wat je ter harte gaat, zorg je. Inspiratie, doordenking en initiatief vanuit feministisch christelijk perspectief’.

Doel van de Vrouwensynode 2017 is enerzijds nieuwe en jonge vrouwen kennis te laten maken met feministisch perspectief op christelijk geloof en handelen en om anderzijds nieuwe vragen van de huidige tijd vanuit dat perspectief te analyseren en vrouwen bij elkaar te brengen om daarop na de Synode samen actie te ondernemen.

Vrouwensynode

Achterban & jonge vrouwen

Over emancipatie en gendervraagstukken stellen jonge vrouwen nieuwe vragen, ze gebruiken andere termen en zoeken naar antwoorden die in onze tijd passen. Hierop gaat de Vrouwensynode in om met waardering en behoud van wat in het verleden is opgebouwd zich verder te ontwikkelen en ook naar nieuwere generaties toe relevant en inspirerend te zijn.
Daarbij spelen de lezingen van Janneke Stegeman (theologe van het jaar 2016), Nora Asrami en Marleen Stelling een belangrijke rol.

Voor nieuwe en bestaande achterban stelt de Vrouwensynode 2017 met haar programma de vraag hoe zij zich geëmancipeerd en genderbewust betrokken weten bij en zich inzetten voor de participatiemaatschappij en vluchtelingen-zaken. Het weekend heeft drie invalshoeken: maatschappelijk, persoonlijke toerusting en actie.

Programma

De eerste Synodedag focust op maatschappelijke vraagstukken met als belangrijkste speerpunten participatie-maatschappij en vluchtelingenzaken. De tweede Synodedag focust op persoonlijke toerusting als ondergrond voor maatschappelijk handelen.

Tijdens beide dagen zijn er inleidende lezingen, gevolgd door meer specifieke invulling in diverse workshops. Parallel aan dit programma presenteren deelnemers op beide dagen aan de doorlopende synodetafel agendapunten over de kwesties waar zij actie op willen ondernemen en bondgenoten voor zoeken.

Meer informatie  en aanmelding

www.vrouwensynode.nl/synodeweekend

wies houweling de vermoeden viering

Wies Houweling stelt vragen bij de autonomie van het individu

Zondag 29 januari was Wies Houweling te gast bij het radioprogramma De Vermoeden Viering, samen met met Anco Tol, Janneke Stegeman en Sytse de Vries. Zij spraken over kwetsbaarheid in relatie met de autonomie van het individu.

Overweging

Deze keer zorgde Wies voor de overweging. Zij  zei:

“(…) Het is de zegen van de emancipatie van de mens, de autonomie, we krijgen steeds meer regie in handen, worden autonomer. Maakt het ons gelukkiger al deze verantwoordelijkheid? Maak het ons ook niet meer kwetsbaar? Hoe leren we omgaan met deze verantwoordelijkheden? Is onafhankelijk en niet ziek het hoogst haalbare in onze samenleving? Dit gaat diep in tegen alles waar ik in geloof. Autonomie is niet het hoogst haalbare voor een mens, dat is delen en liefde (…)”

Meer informatie

Overweging Wies Houweling
De Vermoeden Viering  29 januari 2017